Recente publicaties

 

nieuw artikel

2004-06-01

1. Tel Uw zegeningen

Tel Uw zegeningen 
 
Na vijf jaar Europees Parlement wordt het tijd de balans op te maken. Wat is er voor de homorechten in Europa bereikt? En wat staat er op de agenda? 
 
De Europese Unie heeft er veel aan gedaan homorechten als mensenrechten op de kaart te zetten. Startpunt was het Verdrag van Amsterdam in 1999, waardoor het bestrijden van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid officieel een taak van de EU is geworden. Eind 2000 werd de Kaderrichtlijn aangenomen, waardoor discriminatie in de sfeer van de arbeid verboden werd. Lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk november 2003 hebben opgenomen in hun eigen nationale wetgeving. Werknemers die ontslagen worden omdat ze homo zijn, hebben nu meer mogelijkheden dit bij de rechter aan te kaarten. En dat vanaf 1 mei 2004 in 25 landen. In de nieuwe lidstaten kon de homostrijd deze opsteker wel gebruiken. Sowieso heeft het toetredingsproces voor het homo-emancipatieproces in de nieuwe lidstaten als een hefboom gewerkt. Omdat de EU van de nieuwe lidstaten eist dat zij, net als de oude lidstaten, maatregelen tegen discriminatie invoeren en de rechten van minderheden serieus nemen, weten homogroepen in die nieuwe landen zich gesteund. Zij hebben toegang tot de politieke besluitvorming gekregen en is er meer openheid en zichtbaarheid. Daarmee is alle discriminatie nog niet uit de wereld, maar dat is ook in Nederland niet het geval. Wel is er nu in de EU het politieke kader en het juridische instrumentarium om de strijd tegen discriminatie aan te gaan. Belangrijk is voorts dat in het ontwerp voor een Europese Grondwet het grondrecht van non-discriminatie, onder meer op basis van seksuele gerichtheid, is versterkt. 
Ook op het gebied van de partnerrechten is er vooruitgang. Met een nieuwe richtlijn over het vrij verkeer binnen de EU kunnen EU-burgers hun echtgenoot of partner meenemen als zij in een ander EU-land gaan werken. Helaas is er nog geen volledige wederzijdse erkenning van buitenlandse relatievormen, dat blijft een strijdpunt. Landen die zelf niet zo´n partnerschapsregeling kennen, ontspringen de dans. Wel is het niet-huwelijkse partnerschap, ook van personen van hetzelfde geslacht, als zodanig in de EU-wetgeving opgenomen. Met als gevolg dat onder meer Frankrijk Nederlandse partnerschappen zal moeten erkennen. Volledige wederzijds erkenning van alle huwelijken, partnerschappen en de facto-relaties blijft het einddoel. 
Daarmee hebben we alvast één belangrijk punt voor de volgende periode beet. Een tweede strijdpunt is de reikwijdte van de anti-discriminatiewetgeving. Tegen rassendiscriminatie en seksediscriminatie geldt nu op Europees vlak bredere wetgeving dan tegen homodiscriminatie: some animals are more equal than others. Homodiscriminatie in de sfeer van de goederen en diensten - denk bijvoorbeeld aan huurproblemen en verzekeringen - moet ook worden aangepakt.  
Ten derde moet de Unie meer werk gaan maken van homorechten op wereldschaal. Ik vind het nogal onverdraaglijk dat de EU vrolijk handels- en samenwerkingsakkoorden afsluit met Egypte en geen serieuze zaak maakt van het feit dat daar nu al jaren lang homo´s actief worden vervolgd. De geloofwaardigheid van de Unie zelf staat daarbij op het spel. Alle reden dus de strijd voor homorechten als mensenrechten binnen en buiten de Europese Unie met kracht voort te zetten. 
 
Joke Swiebel, lid van het Europees Parlement voor de Partij van de Arbeid (1999-2004) 
 
10 | COC update | JUNI 2004 

 

Eerder verschenen publicaties