Recente publicaties

 

nieuw artikel

2007-05-14

30. Mijn dagboek voor de Amnesty website

Onder de titel "De Week van Joke Swiebel" mocht ik van 14 t/m 19 mei 2007 een dagboek bijhouden dat verscheen op de website van Amnesty International Nederland. Ik vond dat erg leuk om te doen. 
Het resultaat ziet U hieronder. 
 
Voor oorspronkelijke versie (met typefouten) :[klik hier]
 
 
Joke Swiebel heeft een lange staat van dienst op het gebied van mensenrechten. Ze werkte bij de VN en Raad van Europa en was 5 jaar lid van het Europarlement. Ze maakt zich o.a. hard voor vrouwenrechten en homorechten, en doet deze week mee aan de Amnesty-actie bij de ambassades van Letland en Polen. Ook spreekt ze tijdens een symposium in Parijs. Voor amnesty.nl houdt ze een dagboek bij. 
 
maandag 14 mei. Eén van de zegeningen van mijn gepensioneerde staat is het ’s ochtends lezen van dikke boeken. Terwijl "werkende mensen" zich naar baas en werkplek spoeden, prop ik drie kussens in mijn rug. Gordijnen open, vanuit mijn bed uitzicht over het IJ. Ik lees Postwar – het meesterwerk van de historicus Tony Judt over het Europa van na de Tweede Wereldoorlog tot heden. Onder meer over de Helsinki-akkoorden (1975) en hoe die – onverwacht - een steun in de rug bleken voor de dissidenten in wat toen nog Oost-Europa werd genoemd.  
 
Morgenochtend naar Den Haag voor de Amnesty-actie, samen met het COC, om bij de Poolse en de Letse ambassades aandacht te vragen voor de mensenrechten van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders, in één woord: LGBT human rights. In het bijzonder in Letland en Polen waren er de laatste jaren grote problemen bij het toestaan van betogingen als de Gay Pride en bij het beschermen van de veiligheid van de demonstranten. Het is goed dat Amnesty Nederland zo duidelijk profiel kiest in deze kwestie, de koudwatervrees voor homorechten is gelukkig voorbij.  
Toen ik nog lid was het Europees Parlement (1999-2004) heb ik verscheidene keren in Midden-Europa deel genomen aan Gay Pride-optochten, zoals in Warschau en in Boedapest, beide in 2003, dus voordat Polen, Hongarije en de andere "nieuwe" landen tot de EU waren toegetreden. In beide gevallen was de bescherming van de demonstratie door de politie prima in orde; tegenstanders werden op afstand gehouden, hun rotte tomaten en hun gebrul bereikten ons niet. Waarom kon dat toen wel?  
 
Ter voorbereiding van het gesprek dat ik morgen tezamen met vertegenwoordigers van Amnesty en het COC zal hebben met de ambassadeur van Letland doe ik mijn huiswerk. Alle stukken in een mapje. Belangrijk is een recente uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat Polen naar aanleiding van de in 2005 verboden demonstratie heeft veroordeeld wegens schending van de vrijheid van vereniging en vergadering en wegens overtreding van het verbod op discriminatie. Een teken aan de wand. [klik hier] 
 
dinsdag 15 mei. Net terug uit Den Haag. Nam deel aan de mini-optocht van COC en Amnesty langs de Letse en de Poolse ambassade, om met het oog op de komende Gay Prides in Riga en Warschau aandacht te vragen voor homorechten en demonstratievrijheid. Een vrolijk en kleurig troepje. Voor enige videobeelden, waarin ik ook nog de hoek om kom: [klik hier]. De Haagse politie slaat het gemoedelijk gade. Twee Wassenaarse dames te paard willen wel op de foto met een Amnesty-slogan, maar gaan dan toch huns weegs. Jammer... 
 
We houden stil in de Balistraat voor de Letse ambassade. Samen met Joyce Hamilton van het COC en Maria Verhoeven van Amnesty mag ik naar binnen om vijf dozen handtekeningen aan te bieden. De Letse ambassadeur, H.E. mevrouw Baiba Braze, ontvangt ons zeer vriendelijk.  
Een professionele jonge vrouw die de voorvechters van de Letse homobeweging persoonlijk kent en kennelijk van de hoed en de rand weet. Ze zegt meteen dat de Letse regering lering heeft getrokken uit de gewelddadigheden bij de Pride in 2006. Er is een nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, die er veel aan gelegen is herhaling te voorkomen. De politie heeft precieze instructies gekregen en zo nodig staan er bussen voor de Pride-deelnemers klaar. Er is goed overleg met de Letse homobeweging. Men wil vooral voorkomen dat opnieuw een georganiseerde actie van rechtse extremisten of ander gespuis plaatsvindt, aangemoedigd of geholpen vanuit "een groot buurland", zo zegt de ambassadeur. Hmmm. Inderdaad waren vorig jaar de eieren- en poep-smijters vooral Russisch sprekende Letten. Deze minderheid heeft veel reden zich miskend te voelen. Het is niet uitgesloten dat de machthebbers in Rusland hun eigen redenen hebben gehad om het vuurtje in Riga aan te wakkeren. Maar toch - wordt met zo’n redenering niet de "gewone" homo-haat van - Letse én Russische - Letten onderschat? En zou dit nieuwe beleid de plank dus ten dele mis slaan? De Riga Pride op 3 juni a.s. zal het leren…  
 
Ondertussen is een tweede delegatie bij de Poolse ambassade naar binnen gegaan. Het verslag van hun bevindingen zult U elders op deze site (of bij www.coc.nl) moeten lezen. Toen de optocht op Plein 1813 werd ontbonden, zaten ze er nog steeds.  
 
woensdag 16 mei. Vandaag een dagje Rotterdam – een lang geleden gemaakte afspraak. Wilde de tentoonstelling over Kurt Schwitters in het Boijmans zien, die binnenkort afloopt. Viel een beetje tegen. Wat in 1920 revolutionair was, kwam nu op mij wat slapjes over. Wel mooi werk van geestverwanten/tijdgenoten, zoals Van Doesburg. Nog even door de vaste collectie gesjeesd, maar meer dan anderhalf uur in een museum houd ik niet vol. Nou vooruit, nog even het Sonneveldhuis meegenomen: Schöner Wohnen à la de jaren dertig. Dan een flink rondje Rotterdam gelopen en een late lunch in Hotel New York.  
 
Ik ken Rotterdam slecht en krijg er geen grip op. In veel steden waar ik voor mijn werk vaak geweest ben (Straatsburg, Wenen, New York, Brussel) weet ik beter de weg dan in Rotterdam. Ligt dat aan mij, of zou Rotterdam toch eigenlijk het bombardement van 1940 nooit te boven zijn gekomen, is de ziel zoek of zo iets? Of is dit de bekende arrogantie van een Amsterdammer? Zo peinzend loop ik langs de Veerhaven, over de Erasmusbrug, door de Kop van Zuid, over het Noordereiland, de nieuwe Willemsbrug, terug naar station Blaak.  
 
Vanaf de Willemsbrug kun je de bruggenhoofden van de oude brug goed zien. Op een aanpalend huis een grote nostalgische foto van de oude brug; in 1983 gesloopt.  
In de trein terug ploeg ik me door mijn stapeltje achterstallige kranten dat ik in een plastic tasje met mij mee voer. De NRC van afgelopen maandag bevat een persoonlijk, ontroerend stuk van Henk Hofland over het bombardement: De Heinkels vlogen laag en langzaam. “Het bombardement is niets anders dan een gigantische oorlogsmisdaad” (voor de langere versie van dit stuk [klik hier]). Ook een grote Google Earth-achtige luchtfoto met daarin de zogenoemde brandgrens ingetekend. Die zal in de toekomst permanent verlicht worden, zo begrijp ik. De foto doet me denken aan het boek Der Brand van Jörg Friedrich over de bombardementen op Duitse steden door Amerikaanse en Engelse vliegtuigen. Ik heb dat boek nooit helemaal uit kunnen lezen. Ook gigantische oorlogsmisdaden, maar daarvoor is nooit iemand gestraft.  
 
donderdag 17 mei. Hemelvaartsdag. Vandaag voor mij een archief-dag – ook een soort hemelvaart, als het ware. Ik hoef er de deur niet voor uit. Ik heb bij mij thuis in de kast stapels en stapels papieren van mijn tijd als ambtenaar in Den Haag en van mijn tijd als Europarlementariër. Een deel van mijn vroegere papieren heb ik eerder al bij het IIAV ondergebracht – het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging, zie de link hiernaast. [Nu ik het er toch over heb, dat IIAV timmert de laatste tijd flink aan de weg met nieuwe wetenschappelijke activiteiten, vernieuwende onderzoeken en interessante lezingen en zou best eens een beetje in het zonnetje gezet mogen worden. Bij deze dan: [klik hier]]  
Een archief-dag betekent voor mij het ordenen van die papieren en ze in zuurvrije mappen en dozen stoppen. Ik maak er ook “archiefaantekeningen” bij, om een en ander een beetje in de juiste context te plaatsen. Klaar zijn al mappen over thema’s als herverdeling van arbeid (een typisch jaren tachtig onderwerp), de stelselherzieningen in de sociale zekerheid en in de inkomstenbelasting. Wie herinnert zich nog de Nota “Op Weg” en hoe druk de toenmalige vrouwenbeweging daarmee was? Ik heb hierover een hele serie rapporten en persoonlijke aantekeningen, van mijzelf en van andere betrokkenen, deels (toen nog) geheim. Voer voor historici.  
 
Voor vandaag begin ik aan de sectie internationaal. Voor me ligt de documentatie van mijn verdediging van het eerste implementatierapport van Nederland over de uitvoering van de VN-Vrouwenverdrag. Dat was in 1994 in New York in de vergadering van de CEDAW, het Committee on the Elimination of Discrimination against Women, het toezichtorgaan van dat verdrag. Nederland kwam er toen niet slecht af, zeker als je het vergelijkt met de manier waarop dit Comité onlangs de Nederlandse delegatie de oren heeft gewassen. [klik hier].  
Het emancipatiebeleid in Nederland is dan ook niet meer wat het geweest is. Jammer dat de betrokken beleidsmakers in Nederland nauwelijks meer lijken te beseffen dat het hier om een mensenrechtenverdrag gaat en dat de uitspraken van het Comité uitspraken van rechtelijke aard zijn – en niet "ook maar" een of andere mening die je naar believen naast je neer kunt leggen. 
 
vrijdag 18 mei. Vandaag met de trein naar Parijs. Het is alweer een paar jaar geleden dat ik daar voor het laatst was. Dit keer geen uitje voor mijn plezier, maar serieuze kost. De zaak gaat voor het meisje, hoewel?….. Ik ga naar een conferentie over de (on)zichtbaarheid van lesbische vrouwen. Ben gevraagd daar morgen een verhaal houden over wat er op internationaal vlak in dit opzicht gebeurt. De conferentie ( [klik hier]) - georganiseerd door ‘La Coordination Lesbienne en France’ – vindt plaats in het Hôtel de Ville, het stadhuis van Parijs. Er zijn worden 200 deelnemers verwacht.  
 
Uitgangspunt van deze oploop is kennelijk dat lesbische vrouwen (als groep) veel minder zichtbaar zijn homoseksuele mannen – en dat dit lesbische vrouwen op achterstand zet. Een strategisch dilemma is natuurlijk of op dit probleem aparte organisatievormen het juiste antwoord zijn, of dat juist samenwerking met mannen in één gemengde homobeweging te prefereren is.  
Ik vind separatisme van vrouwen een doodlopende weg. Met homomannen delen wij immers een nog niet verslagen vijand, die van de homofobie. De laatste jaren dreigt dit monster zichtbaarder de kop op te steken. Sluipend gif, zo iets als anti-semitisme en vreemdelingenhaat. Gisteren was het de dag tegen de homofobie; er zijn deze week dan ook tal van evenementen in dit kader, waaronder dus ook deze conferentie in Parijs.  
 
De Europese Unie heeft in 1997 het Verdrag van Amsterdam en in 2000 met de daarop gebaseerde anti-discriminatie richtlijn het bestrijden van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid internationaal op de kaart gezet. De daarmee ingezette marsroute is nog lang niet afgelopen. Dat bleek afgelopen woensdag bijvoorbeeld, toen bekend werd gemaakt dat in Polen de al eerder aangekondigde wetsvoorstellen tegen ‘homopropaganda’ nu metterdaad zijn ingediend.([klik hier]) De Europese Unie, die zo graag een ‘waardengemeenschap’ wil zijn, kan dit natuurlijk niet als zoete koek slikken. Eurocommissaris Vladimir Spidla zei onlangs in het Europees Parlement pas in actie te kunnen komen als Polen daadwerkelijk wettelijke maatregelen publiek maakt. Dat is nu gebeurd, dus aan de slag, Vladimir!  
 
zaterdag 19 mei. Op zaterdagochtend om half negen staat er al een flink groep vrouwen - en een enkele man - buiten in een rij te wachten om te worden binnengelaten in het stadhuis van Parijs. Daar is de conferentie over "Onzichtbaarheid en zichtbaarheid van lesbische vrouwen" georganiseerd door La Coordination Lesbienne de France (CLF). Een hele dag in een soort bioscoopzaal in de kelder, in het Frans en op zijn Frans. De loco-burgemeester van Parijs, mevrouw Anne Hildalgo, opent de conferentie met een goed politiek verhaal. Zij betuigt haar steun en haar solidariteit.  
 
De CLF is een losse structuur met vogels van diverse pluimage, maar met een harde kern van zeer stevige linkse dames, waarvan vele met wortels in de MLF, de vrouwenbeweging uit de jaren zestig. Ook binnen de Europese Vrouwenlobby zijn ze zeer actief. Nogal wat bijdragen bestaan echter uit - weliswaar elegante, intellectuele of literaire - navelstaarderij. Het toppunt is een arrogante schrijfster, Jacqeline Julien, die doet alsof ze het heeft uitgevonden. Ik had natuurlijk nog nooit van haar gehoord. Gooi maar in mijn pet. Ook is een behoorlijk deel van de aanwezigen zeer kritisch en afhoudend over samenwerking met homomannen. Van een echte discussie komt het echter niet, al was het maar omdat die homomannen er niet zijn.  
 
Het interessantste verhaal komt van een vertegenwoordigster van "SOS Homophobie", dat een enquete over "lesbophobie" heeft gehouden.[klik hier]. Zoiets is natuurlijk nooit representatief, toch geven de cijfers te denken. Een vertegenwoordigster van Amnesty Frankrijk (niet als spreker uitgenodigd, maar vanuit de zaal) heeft het vooral over lesbische vrouwen onder de "sans papiers", de illegalen. Veel heuse bijval krijgt ze niet.  
 
Mijn verhaal valt in goede aarde, toch. Ik leg de nadruk op de betekenis van de Europese wetgeving als garantie voor homo- en lesbische rechten als mensenrechten. De toehoorders moeten lachen als ik zeg dat zij dat toch moeten onthouden voor als ze een volgende keer moeten stemmen over Europa....Tja, als Nederlander mag ik dat zeggen!  
 
Tot slot een groepsdiner in "Le Gai Moulin" en dan zit het er op. Het is mooi geweest. Ik neem afscheid van de dames en stort me in de Parijse museumnacht, alle musea zijn tot middernacht open. Het Centre Pompidou is om de hoek.  
 
 

 

Eerder verschenen publicaties