Recente publicaties

 

nieuw artikel

2005-11-05

15. "We moeten een vuist maken"- interview Gaykrant

Gaykrant, jrg. 26, nr. 543 (5 november 2005), p. 20-21 
 
 
Strategiecommissie: Nederlandse homobeweging moet over eigen schaduw springen 
 
‘We moeten een vuist maken’
 
 
Door Liz van Velzen 
 
De ramen staan wagenwijd open, zo stelt Frank van Dalen, voorzitter van COC Nederland. Een openheid die tot doel heeft te komen tot meer samenwerking met andere homo-organisaties. Dit alles gebeurt naar aanleiding van het adviesrapport uitgebracht door de strategiecommissie, ingesteld door het vorige COC-bestuur. 
 
 
De COC-strategiecommissie heeft sinds februari onderzoek gedaan naar de toekomst van de Nederlandse homobeweging. De onafhankelijke denktank stond onder leiding van oud-PvdA-europarlementariër Joke Swiebel. Zij werd bijgestaan door enkele deskundigen. 
 
In het rapport Samen komen we verder stelt de commissie dat de gehele Nederlandse homobeweging over haar eigen schaduw moet springen en tot meer onderlinge samenwerking moet komen. “Er is behoefte aan een helder oriëntatiepunt, moderne en professionele werkvormen en aan een open en creatief klimaat, waarin vrijwilligers hun talenten ontplooien. Dat is nodig om een constructief antwoord te geven op de haperende sociale acceptatie van homoseksualiteit.’ 
 
Commissievoorzitter Joke Swiebel dacht zelf aan een brede federatie, waaraan alle organisaties deelnemen. “We hebben vorige maand een bijeenkomst gehouden om de lokale COC verenigingen en de andere organisaties in roze Nederland te consulteren. We deden dat aan de hand van een discussienota over de toekomst van de Nederlandse homobeweging. Er was een groot gevoel van: we moeten een vuist maken, ons weerbaarder opstellen. Maar zo’n nieuwe federatie , dat wilden de aanwezigen absoluut niet. De tendens was: laten we ons minder richten op de vorm – dus geen bestuurtje spelen –, maar laten we projecten beginnen over concrete zaken zoals - bijvoorbeeld - transseksualiteit.” 
In het rapport is deze visie terug te vinden. De commissie raadt een groeimodel aan. Dit houdt in dat homobelangenorganisaties op basis van concrete samenwerkingsovereenkomsten met duidelijke doelen en deadlines met elkaar aan de slag gaan. Van daaruit kan de samenwerking groeien: als de resultaten goed zijn en er draagvlak bestaat onder de betrokkenen, is het mogelijk om een juridisch kader te zoeken.  
Naast meer samenwerking adviseert de commissie de dialoog aan te gaan met de moslimgemeenschap. Homo-vijandigheid onder moslims en moslim-vijandigheid onder homo’s vormen een probleem. De homogemeenschap moet zich daarom openstellen voor moslims en moslima’s.  
 
De denktank waarschuwt dat beide minderheidsgroepen zich niet tegen elkaar moeten laten uitspelen. Joke Swiebel: “Conservatieve krachten in Nederland – die nog niet zo lang geleden zelf grote moeite hadden met openlijke homoseksualiteit – poneren nu de acceptatie van homo’s als de lakmoesproef van integratie van allochtonen. Homo’s worden zo, zonder dat ze daarom gevraagd hebben, wapens in een heel andere strijd. Dezelfde lieden die vroeger tegen een Roze zaterdag of de grachtenparade waren, omdat die blote nichten zo overdrijven, vinden nu dat het moet kunnen, omdat wij immers in dit land vrijheid van meningsuiting hebben. Het CDA, dat moslims betuttelend toespreekt dat ze niks lelijks over ‘onze’ homo’s mogen zeggen, mag wel eens in de achteruitkijkspiegel kijken. Ze stemden zelf tegen de openstelling van het burgerlijk huwelijk, om eens iets te noemen. Het is dus een disciplineringsmiddel gericht tegen allochtonen, waar bovendien de homo’s niks mee opschieten.” 
Een ander punt van aandacht is de financiering van de homobelangenorganisatie. Volgens de commissie zou het mogelijk moeten worden om de organisatie door middel van donaties te steunen in plaats van met een lidmaatschap. Dit maakt de weg vrij voor hetero’s en maatschappelijk weinig betrokken homo’s om de beweging toch te steunen. “Er zijn natuurlijk bosjes homo’s die gelukkig zijn met hun leventje en zich niet druk maken over de homo-emancipatie. Daar is niets mis mee. Maar als je hén zo ver krijgt om af en toe een girokaart in te vullen in plaats van dat ze hun geld naar de kroeg brengen, ben je al een heel eind”, vermoedt Swiebel.  
 
Tenslotte moet de homobeweging haar strijd niet laten reduceren tot een kwestie van seksuele hervorming, maar presenteren als een zaak van nationale en internationale mensenrechten, meent de commissie. ‘Dat vergroot het maatschappelijk draagvlak en meer bondgenoten zullen zich daardoor in onze zaak herkennen en zich bij onze maatschappelijke doelstellingen aansluiten.’ 
Als het COC zich aan deze aanbevelingen houdt, komt het volgens de commissie goed met de vereniging. “Het moet wel”, benadrukt de voorzitter. “Je kunt de oudste homobeweging van de wereld toch niet de plomp in laten zakken?” 
Om een stok achter de deur te houden heeft de commissie zichzelf ten doel gesteld om over een jaar te bekijken wat er gebeurd is met alle aanbevelingen. Als het goed is weten de bestuursleden van het COC dit rapport dan wél te vinden. Dat is met rapporten van eerdere adviescommissies namelijk niet het geval. Toen de denktank om de documenten vroeg, kon het COC ze niet vinden. “Ze liggen waarschijnlijk in een heel diepe la”, lacht Swiebel. “Maar iedere generatie moet opnieuw zichzelf uitvinden. We zijn nu tien jaar verder, dus ik weet niet hoe relevant die rapporten nu nog zijn. Ik lig er in ieder geval niet wakker van.” 
 
--- 
 
 
De commissie bestond uit voorzitter Joke Swiebel, Mariëtte Hermans (publiciste), Peter van Maaren (voormalig docent en schrijver van het boek Mijn meester is een homo), Ruud Nederveen (VVD-raadslid Amsterdam), Steven Pieters (voormalig D66-vice-voorzitter), Maria Pronk (oud-COC-bestuurslid), Mies Westerveld (PvdA-senator) en Henk Krol (hoofdredacteur Gay Krant). Hein Verkerk (oud-medewerker voor de Groen Links-fractie in het Europees Parlement) voerde het secretariaat. 
 

 

Eerder verschenen publicaties