Recente publicaties

 

nieuw artikel

2005-10-26

14. Europa als misverstand of de PvdA moet zijn huiswerk overdoen.

Europa als misverstand of de PvdA moet zijn huiswerk overdoen. 
 
‘Close reading’ en een systematische tekst-kritiek van een gedeelte uit de discussienotitie “Europa – vertrouwen herwinnen” van de werkgroep Europa, gepubliceerd in oktober 2005. 
 
Joke Swiebel 
Voormalig Lid van het Europees Parlement voor de PvdA (swiebel@graansilo.nl) 
 
 
De recente Europa notitie die het PvdA partijbestuur het licht heeft doen zien, is uitdrukkelijk bedoeld om de discussie over Europa in de partij te stimuleren – en niet als afgerond standpunt voor het volgende verkiezingsprogramma. Dat is maar goed ook, de nota gaat namelijk op meerdere punten mank aan gebrek aan inzicht in de wijze waarop Europa nu werkt. Er wordt vanuit vage noties, angsten en sfeerbeelden geredeneerd in plaats van precies te kijken hoe een en ander in elkaar zit en wat de PvdA anders zou willen. Op die manier zet de nota de lezer nogal eens op het verkeerde been. Op die basis is alleen een discussie tussen dwazen mogelijk.  
 
Waar is de tijd van de kadercursussen gebleven? Mag werkelijk iedereen alles roepen, ook al is het onzin? Als het een scriptie was, zou deze PvdA-werkgroep er een onvoldoende voor moeten krijgen. Natuurlijk valt er over meningen te twisten en daar moeten we ook zeker mee doorgaan. Maar wel graag op een solide ondergrond aan basiskennis, i.p.v. op deze hutspot van onkunde en halve waarheden. 
 
Ter lering ende vermaek heb ik in het onderstaande één paragrafen van de notitie onder de loep genomen, t.w. paragraaf 4.1, getiteld ‘Sociaal Europa’ . 
Ik citeer de tekst van de nota, daarna volgt cursief mijn commentaar.  
Werkgroep en partijbestuur willen de discussie aanzwengelen. Welaan, zij wordt op hun wenken bediend. Maar dan niet boos worden als ik aanraad het huiswerk over te doen. 
 
 
"4.1 Sociaal Europa?  
Tijdens de campagne voor het Europese referendum is veelvuldig de zorg geuit dat de Europese interne markt de sociale voorzieningen in Nederland onder druk kan zetten. De interne markt is inderdaad één van de meest ontwikkelde kanten van Europa: één Europese markt waar producten en diensten verkocht en gekocht worden op basis van eerlijke concurrentie. Die interne markt heeft de Europese landen, inclusief Nederland, veel welvaart opgeleverd. Bovendien helpt de aanpassing en innovatie die plaats vindt door de interne markt de Europese lidstaten concurrerend te houden in de internationale economie. Een sterke economie is een voorwaarde voor het bieden van goede sociale voorzieningen en bestaanszekerheid. De interne markt kan dus bijdragen aan het realiseren van onze sociale doelstellingen."  
 
Tot zover ga ik geheel met de analyse mee.Maar let op.  
 
"Maar als de vrije markt een zelfstandig doel wordt, komt het sociale model in het gedrang. Daarom moet er duidelijkheid zijn over de grenzen waarbinnen de werking van de markt – Europees en internationaal - tot bloei kan komen. Niet iedereen heeft in gelijke mate baat bij de interne markt. Aan de mensen die hun baan verliezen als gevolg van de concurrentie of zich moeilijk aanpassen aan de snelle veranderingen in de economie, moeten we bestaanszekerheid en nieuw perspectief bieden. In het opkomen voor deze groepen hebben sociaal-democraten een rijke traditie opgebouwd en wij zijn daar trots op."  
 
In deze passage lijkt het wel of wij vinden dat het de blijvende taak van de Nederlandse sociaal-democratie is op te komen voor die mensen die slachtoffer worden van de Europese integratie. Daar zitten twee denkfouten in. Ten eerste is de bron van al dat vreselijke onheil niet Europa als zodanig maar de wereldwijde economische ontwikkelingen. Ten tweede – belangrijker – wordt vergeten die Europese integratie geen extern, anoniem en blind proces is, maar dat we daar zelf aan mee werken. Europa, dat zij wij ook 
 
"Voor ons is dus niet elke markteconomie goed: als sociaal-democraten willen wij een sociale markteconomie. Hoe kunnen we die het beste zeker stellen? Doen we dat door regels te stellen op Europees niveau, of moet dat aan de individuele lidstaten worden overgelaten? " 
 
Europa is reeds een sociale markteconomie! Dat is nou precies wat bedoeld wordt als we spreken van het Europese sociale model. De PvdA kan daar godsonmogelijk tegen zijn. Het was immers de in Europa sterk georganiseerde sociaal-democratie die dat voor elkaar heeft gekregen, waardoor Europa die unieke combinatie kent van liberale, kapitalistische expansiedrift en de sociaal-democratische verzorgingsstaat. Nogmaals, Europa, dat zijn ook wij! 
 
"De interne markt kan alleen maar op Europees niveau geregeld worden. Wij willen echter dat Europa meer is dan munt en markt. Betekent dat nu ook dat daarom de verzorgingsstaat ook op Europees niveau geregeld moet worden? Nee, wij zijn geen voorstander van een Europese verzorgingsstaat en al evenmin van één sociaal model op Europees niveau." 
 
Als je het sociale beleid geheel aan de lidstaten overlaat, bereik je precies het tegenovergesteld van wat we willen. Een race to the bottom, waarin landen elkaar beconcurreren ten koste van de arbeidsvoorwaarden e.d. Om dat te voorkomen worden bepaalde elementen van het sociaal beleid juist wel in EU verband geregeld, zoals de gelijke behandeling m/v en de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers. Dit kun je allemaal nalezen in Artt. 136 e.v.van het EG-Verdrag. Daar blijkt ook dat wel degelijk rekening wordt gehouden met nationale verschillen. Over gevoelige zaken (zoals de Europese coördinatie van elementen van de sociale zekerheid) behouden de lidstaten hun vetorecht, terwijl nog gevoeliger zaken (loonpolitiek, stakingsrecht) expliciet van Europese besluitvorming zijn uitgesloten. 
 
"Wij vrezen normen die lager zijn dan de onze als alles voor de Europese lidstaten gelijk wordt getrokken. Daarnaast kan de rijkdom die er bestaat aan verschillende vormen en culturen van sociale wetgeving in de lidstaten niet tegemoet worden getreden met één Europese regelgeving: wat doelmatig is in één land, kan rampzalig uitwerken in een ander land."  
 
Het is dus apekool te beweren dat ‘alles’ gelijk wordt getrokken, of te impliceren dat zulk een gevaar zou dreigen. Ook is de vrees voor normen lager dan de onze ongegrond. Ten eerste omdat we er zelf (met vetorecht) over meebeslissen, ten tweede omdat expliciet bepaald is dat Europese wetgeving niet kan beletten dat de afzonderlijke lidstaten eigen wetgeving hebben die een hogere mate van bescherming inhoudt (art. 137, lid 5). Graag daag ik de opstellers van de notitie uit een voorbeeld te geven van bestaande Europese regelgeving op sociaal gebied waar Nederland slechter van is geworden. Als het sociale stelsel in Nederland de laatste tijd slechter is geworden, hebben we dat zelf op ons geweten. D.w.z. dat kabinet en Tweede Kamer daartoe bij meerderheid van stemmen hebben besloten. 
 
"Wij hebben ook meer principiële bezwaren. Die mogelijkheid van verschillende vormen en culturen achten wij ook wenselijk. Bovendien kunnen en moeten keuzes over de inrichting en de modernisering van de verzorgingsstaat binnen de nationale democratie van de lidstaten gemaakt worden, omdat de democratie daar sterker is en dichter bij de mensen staat." 
 
Dit argument zet de wereld op zijn kop. Het is juist omgekeerd. Omdat bepaalde beslissingen over de verzorgingsstaat nu eenmaal niet anders dan in EU-verband kunnen worden genomen, moeten we juist op dat niveau de democratie versterken. Dus meer bevoegdheden op het terrein van het sociale beleid voor het Europees Parlement. Dat lag ook besloten in de ontwerp Europese Grondwet, die de PvdA juist o.a. met dit argument heeft verdedigd. Nemen we daar nu afstand van?  
 
"Wij zijn er van overtuigd dat lidstaten – onder meer door te investeren in onderwijs en andere goede publieke voorzieningen – heel goed in staat zijn het bedrijfsleven een goed vestigingsklimaat te bieden, zonder daarmee de sociale bescherming van arbeid naar een laag niveau te trekken. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn, maar als sociaal-democraten leggen wij ons niet neer bij het al te gemakkelijke neo-liberale geloof dat ‘de markt dat nu eenmaal eist’."  
 
Nu slaat de werkgroep echt op hol. Het ging over de sociale wetgeving, maar nu wordt in eens het onderwijs erbij gehaald. Dat is absoluut buiten de orde. In het EG Verdrag (art. 149) is heel duidelijk bepaald dat de EU geen bemoeienis heeft met de inhoud van het onderwijs en de opzet van het onderwijsstelsel, lees: ook niet met de financiering. Als het onderwijs achteruit is gegaan, hebben we – i.e. de nationale politiek – dat dus zelf op ons geweten. Hier is nu echt niks waarvan je Europa de schuld kunt geven. 
 
"Verscheidenheid in sociale modellen is wel degelijk mogelijk. Europa dient daarvoor de ruimte zeker te stellen. Daarom moeten er in ‘Brussel’ afspraken gemaakt worden om te voorkomen dat de tornado van de vrije markt elke verscheidenheid wegvaagt. Lidstaten kunnen dan zelf een keuze maken hoe zij hun verzorgingsstaat inrichten en op welke onderdelen zij willen concurreren met andere lidstaten. Voor ons staat een sterke publieke sector, met toegankelijk en kwalitatief goed onderwijs en onderzoek, gezondheidszorg en sociale zekerheid, centraal. Wij zijn ons bewust van het gevaar van een ‘ratrace naar beneden’ waarbij lidstaten elkaar met lage sociale normen en voorzieningen beconcurreren. Daarom pleiten wij er wel voor om op Europees niveau af te spreken dat elke lidstaat eigen minimumnormen heeft, die eisen stellen aan het sociale zekerheidssysteem. Deze normen worden op Europees niveau niet concreet ingevuld, maar wel wordt daar verlangd dat de lidstaten die eigen minimumnormen hebben."  
 
Die afspraken zijn er dus al. Liggen vast in het EG-Verdrag en in de daarop gebaseerde secundaire wetgeving. Richtlijnen laten lidstaten een zekere beleidsvrijheid EU-normen vorm te geven binnen de eigen nationale context. Gaat de PvdA tegen windmolens vechten?Gezondheidszorg is een zaak van de lid-staten (art. 152 EG-Verdrag). Het EU optreden is slechts aanvullend. Als wij in Nederland de gezondheidszorg afbreken, doen we het zelf, daar heeft de EU niets mee te maken.Voor onderzoek geldt hetzelfde verhaal (art. 163 e.v.) 
 
"Wij zijn ons bewust van het gevaar van een ‘ratrace naar beneden’ waarbij lidstaten elkaar met lage sociale normen en voorzieningen beconcurreren. Daarom pleiten wij er wel voor om op Europees niveau af te spreken dat elke lidstaat eigen minimumnormen heeft, die eisen stellen aan het sociale zekerheidssysteem. Deze normen worden op Europees niveau niet concreet ingevuld, maar wel wordt daar verlangd dat de lidstaten die eigen minimumnormen hebben."  
 
Dit klinkt aardig, maar het klopt niet. Het zou o.m. betekenen dat de richtlijnen over gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sociale zekerheid naar de prullenbak verdwijnen. Daar hebben generaties actieve vrouwen in de PvdA zich sterk voor gemaakt. En nu, weg ermee ? Liever niet, dus. Hetzelfde geldt Europese regelgeving die de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermt. Het op nationaal niveau bepalen van wat die normen inhouden reduceert die wetgeving tot een wassen neus. De ‘ratrace naar beneden’ wordt dan juist bevorderd in plaats van tegen gegaan. 
 
"Zo moet elke Europese lidstaat een minimumloon invoeren, maar Europa moet geen invulling willen geven aan de hoogte van dit minimumloon."  
 
Nee, dat kan Europa ook niet, want daar gaat zij niet over (zie boven). En dat is ook niet wenselijk, inderdaad. 
 
"Wij vinden dat de Europese lidstaten ook zelf moeten kunnen bepalen hoe zij hun publieke sector vormgeven. In de publieke sector ligt de kern van de democratie, het is de belangrijkste verbinding tussen burger, maatschappij en politiek. De Europese regels voor de interne markt kunnen de nationale staten hier voor de voeten lopen. Europese jurisprudentie lijkt die speelruimte nog verder te versmallen. Daarom willen wij dat op Europees niveau wordt vastgelegd dat het de verantwoordelijkheid van de nationale staat is om de toegankelijkheid, kwaliteit, leveringszekerheid en betaalbaarheid van publieke voorzieningen te verzekeren." 
 
U wordt op Uw wenken bediend. Wat schrijft de Europese Commissie in haar Witboek over diensten van algemeen belang? “Het blijft de eerste plaats de taak van de nationale, regionale en plaatselijke overheden om diensten van algemeen belang de definiëren, te organiseren, te financieren en er op toe te zien.”(COM (2004)374def.) En dat baseert zij op de geldende verdragsbepalingen, zoals ik hieronder zal aantonen. Het rapport ziet dus spoken en vecht tegen windmolens. 
 
"Europese interne marktregels moeten ruimte laten voor het borgen van publieke belangen door de lidstaten Sterker nog, wat tot de publieke of semi-publieke diensten gerekend wordt, is aan de lidstaten zelf om te beslissen. De versimpeling van de tweedeling dat iets of markt of overheid moet zijn, past niet bij onze visie op de inrichting van de publieke sector. Er moet ruimte zijn voor tussenvormen zonder dat de Europese Commissie meteen de regels van de interne markt erop los laat; dat geldt bijvoorbeeld onze gezondheidszorg maar ook de woningbouwcorporaties. Ook pleiten wij er voor om de verplichting af te schaffen om publiek-private constructies aan te besteden op de markt."  
 
Wat de schrijvers van de discussienotitie hier voorstellen is in feite een algemene opt-out clausule voor de lidstaten. Iedere lidstaat zou zelf mogen uitmaken welke (semi-) publieke diensten zij als zodanig aan de regels van de interne markt wil onttrekken. Ik telde minstens twee misverstanden. Ten eerste: Kennelijk denken de opstellers van het rapport dat het ‘Brussel’ is dat verhindert dat Nederland bepaalde publieke voorzieningen ook publieke voorzieningen te laten blijven. Dat is onjuist. Er is geen enkele stuk Europese wetgeving dat ons verhindert de publieke voorzieningen onder staatscontrole te houden in plaats van ze te privatiseren. Die beslissingen nemen de lidstaten helemaal zelf.Ten tweede: Kennelijk denkt men dat, als de lid-staten een bepaalde dienst onder staatscontrole blijven houden, deze dienst per definitie niet onder de regels van de interne markt valt. Dat is onjuist. Zie art. 86, lid 1van het EG Verdrag. Dat is ook logisch, want anders zou de gehele interne markt- gedachte op losse schroeven komen te staan. Het is niet de bedoeling dat lidstaten zich via staatsondernemingen aan de mededingingsregels kunnen onttrekken. Veel wezenlijker is dat het Verdrag bepaalt dat diensten van algemeen economisch belang alleen dan onder het mededingingsbeleid vallen als voorzover dat de vervulling van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert (art. 86, lid 2 EG Verdrag). Deze diensten van algemeen belang kunnen overigens zowel publieke ondernemingen zijn als private. 
 
"Kortom, Europa moet de lidstaten de ruimte geven hun eigen publieke sector en verzorgingsstaat vorm te geven." 
 
Het EG Verdrag laat de lidstaten dus wel degelijk ruimte voor ‘het borgen van publieke belangen’. Het Verdrag bepaalt zelfs expliciet dat de diensten van algemeen belang een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van de EU en de lidstaten. (Art. 16 EG). 
 
"Europese regelgeving voor de interne markt kan dus nooit boven deze verantwoordelijkheid van de nationale staat gaan."  
 
De werkgroep wil dus het befaamde beginsel van de voorrang van het gemeenschapsrecht afschaffen. Dat zou een directe ondermijning van de Europese rechtsorde beteken, je kunt dan de tent wel sluiten. De door het Nederlandse referendum verworpen EU grondwet legde dit - al zeer lang geldende - beginsel expliciet vast. De PvdA was daar toen voor. 
 
Tot zover mijn tekstkritiek. 
 
Nu zullen de leden van de PvdA Europa werkgroep mij wellicht tegenwerpen dat ik niet zo flauw moet doen, met al dit geneuzel over verdragbepalingen. Daar gaat het toch niet om? We kunnen dingen toch ook best veranderen? En ik kan toch niet ontkennen dat er een spanning is tussen het interne marktbeleid in Europa en het belang van de publieke sector? Ik hoef Europa toch niet heilig te verklaren?  
Mijn antwoord hierop is: Jullie houden de kiezers voor het lapje, door oplossingen te suggereren die volstrekt utopisch zijn. Wie voorstelt het primaat van het gemeenschapsrecht af te schaffen en lidstaten zelf wil laten beslissen in hoeverre zij de publieke sector uit willen zonderen van de interne markt, stelt in feite voor de interne markt op te doeken of als Nederland uit de EU te treden. Miskend wordt hoezeer het Europese recht de nationale rechtsorde doordesemt en dat al 50 jaar lang.  
Beslissingen van Europa terugbrengen naar het nationale niveau is overigens niet per definitie een garantie voor een betere uitkomst. Dat hangt uiteraard vooral van de politieke krachtsverhoudingen af. De opstellers van het rapport hebben een blinde vlek. Zij hebben er kennelijk moeite mee te erkennen dat ook Europa een politieke arena is waar verschillende visies met elkaar botsen en waar – na strijd en discussie – inhoudelijke compromissen worden gesloten. Maar Den Haag is echt niet de navel van de wereld. De afgelopen jaren hebben we in het Europees Parlement ons uitvoerig bezig gehouden met Europese regelgeving m.b.t. de bepaalde ‘diensten van algemeen belang’ (bijv. havens, spoorwegen) en het verwante onderwerp van het vrije dienstenverkeer (‘Bolkestein’ richtlijn). In deze politieke debatten in Europa hebben sociaal-democraten zich niet onbetuigd gelaten. Vindt de PvdA dat zij daar mee moeten ophouden? De Europese sociaal-democraten hebben er ook voor gezorgd dat in de ontwerp Europese Grondwet een bepaling (art. III-122) is opgenomen die de grondslag biedt voor kaderwetgeving (i.p.v. sectorspecifieke wetgeving) inzake de diensten van algemeen belang. In zo’n kaderwet zou je dan precies die garanties kunnen opnemen die de discussienotitie opsomt. Niet nationaal, maar Europees dus. Dat wensenlijstje krijg je niet gerealiseerd door beslissingen terug te schroeven naar het nationale niveau. PvdA politici in Den Haag zouden zich hard moeten maken voor die strijd in plaats van hun eigen Europarlementariërs in de kou te laten staan. 
 
De opstellers van het discussiestuk hebben nog een andere blinde vlek. Zij zien over het hoofd dat het probleem van de spanning tussen Europese regels en het belang van de publieke sector niet is veroorzaakt door Europa maar door Nederland zelf. Als door de Nederlandse politiek wordt besloten de uitvoering van het nieuwe stelsel van ziektekostenverzekering in handen te geven van private verzekeraars, c.q. onze ziekenfondsen te privatiseren, moet men niet verbaasd opkijken als in Brussel vervolgens gekeken zal worden of die commerciële aanbieders geen valse concurrentie bedrijven. Wil je dat niet, dan moet je de publiekrechtelijke status van je stelsel overeind houden.(1)  
Mutatis mutandis geldt het zelfde de voor ons stelsel van sociale woningbouw. De recente ophef over het onderzoek van de Europese Commissie naar de Nederlandse woningcorporaties is volstrekt misplaatst. De grote woorden van PvdA Tweede Kamer lid Staf Depla – ‘Brussel moet zich niet met onze zaken bemoeien’ - onthullen slechts zijn wanbegrip, het zelfde wanbegrip waarvan deze discussienotitie getuigt. Zo speelt de PvdA lekker in op het anti-Europese onderbuikgevoel – weer een zeteltje winst? – in plaats van des Pudels Kern aan te vatten: woningcorporaties moeten overheidssteun niet misbruiken voor commerciële activiteiten. 
 
Conclusie 
De PvdA, zo zei werkgroepvoorzitter Adri Duivesteijn in ‘Buitenhof’, is niet eurosceptisch geworden, maar moet wel eurokritisch zijn. Er is natuurlijk niets tegen kritiek, als je je pijlen maar op de juiste doelen richt. Dat is in deze notitie niet het geval. Integendeel, de notitie 
- zet de kiezers in het algemeen - en de PvdA achterban in het bijzonder - op het verkeerde been; 
- heeft de basisfeiten niet op een rij;  
- stippelt een volstrekt onrealistische, anti-Europese koers uit; 
- stelt de Nederlandse sociaal-democratie voor als en club die tegen Europa moet waken in plaats van daarbinnen moet opereren om haar idealen te verwezenlijken; 
- roept de verdenking op dat de PvdA wil meedeinen op het anti- Europese onderbuikgevoel; 
- miskent dat het juist de nationale overheden zijn die met hun besluit openbare diensten te privatiseren ‘de tucht van de markt’ over zich afroepen; 
- laat de eigen PvdA europarlementariërs als een blok vallen; 
- en lijdt aan ‘Haagse’ zelfoverschatting (2). 
 
Het alternatief zou zijn dat 
- de PvdA in al haar gelederen systematisch scholingscursussen geeft om het kader de noodzakelijke basiskennis over de Europese Unie bij te brengen (misschien kunnen Tweede Kamerleden er ook wat van leren); 
- een paritair samengestelde werkgroep van deskundige PvdA Tweede Kamerleden en PvdA Europarlementariërs een nieuwe nota opstelt om het probleem van de sociale voorzieningen en de interne markt opnieuw in kaart te brengen; 
- dat de partijleiding ophoudt al dan niet besmuikte steun te verlenen aan dit soort ‘eurokritische’ oprispingen; 
- de partijleiding, de fractie en het (nieuwe) partijbestuur meer banden aangaat met de Europese zusterpartijen en de PES-groep in het Europees Parlement om tot een gemeenschappelijke visie te komen.  
 
Noten 
(1) Zie hierover uitvoerig de brochure van mijn ex-collega PvdA Europarlementariër Ieke van den Burg,Over de grenzen van de Nederlandse Gezondheidszorg. Europese ontwikkelingen en de consequenties voor Nederlandse patiënten. Z.pl. 2003. 
 
(2) Zo bezien is de discussienotitie consistent als zij voorstelt het dubbelmandaat weer te overwegen, d.i. dat de Nederlandse leden van het Europees Parlement tevens lid van de Eerste of Tweede Kamer zijn. Nog afgezien van de praktische bezwaren tegen dit plan, kan het niet meer: het dubbelmandaat is met ingang van de Europese verkiezingen van 2004 uitgesloten, door een besluit van het EP zelf, in overeenstemming met de Raad (Raadsbesluit 2002/772/EG). Alleen het Verenigd Koninkrijk en Ierland kregen één termijn uitstel. Dit moeizaam bevochten compromis zal niet zo gauw worden opengebroken. Weer knollen voor citroenen dus. 
 
 
Amsterdam, 26 oktober 2005

 

Eerder verschenen publicaties