Recente publicaties

 

nieuw artikel

2005-08-28

9. Discussienotitie Strategiecommissie COC

Discussienotitie Strategiecommissie COC 28 augustus 2005 
 
 
 
Waarom deze notitie? 
Het gaat niet goed met de homobeweging in Nederland. Er zijn – helaas – nog steeds (structurele) problemen voor homo’s en lesbo’s, maar de huidige holebi-organisaties kunnen daar in onvoldoende mate antwoorden op geven. Het COC heeft dit probleem onderkend en heeft een onafhankelijke commissie geïnstalleerd en gevraagd om met een strategisch advies te komen over “Hoe nu verder?”. Wij (=de Strategiecommissie) hebben deze opdracht breed opgevat, want het probleem van de homobeweging is breder dan alleen het probleem van het COC. Wij willen graag met een advies komen, maar daarvoor hebben wij uw hulp hard nodig. Want een paar goede ideeën, zonder draagvlak bij de holebi-organisaties in Nederland, zijn gedoemd om te mislukken. Denk met ons mee hoe wij met elkaar een nieuwe impuls kunnen geven aan de Nederlandse homobeweging. Het roer moet om, maar hoe? Aan u het woord! Hoe moet de homobeweging er in Nederland uit zien over pakweg 5 jaar? 
 
 
1. Het COC: een ijzersterk beeldmerk, maar het begint te roesten…. 
Het COC is nog altijd een ijzersterk beeldmerk. Naar buiten bij onze vrienden in andere landen. Bij de Nederlandse overheid, die het COC graag als vanzelfsprekende gesprekspartner en spreekbuis beschouwt van wat we maar kortheidshalve de homolesbische beweging Nederland (HLBN) zullen noemen. En bij het grote publiek voor wie de letters COC nog altijd staan voor homoseksualiteit. 
Anderzijds valt niet te ontkennen dat de plaats van het COC binnen de HLBN op zijn zachtst gezegd omstreden is. Spin in het web? Actor onder andere actoren? Een in zichzelf gekeerde organisatie, die moeite heeft haar koers te bepalen? De vanzelfsprekende spreekbuis van holebi-Nederland? 
 
De interne strubbelingen over macht, structuren en positie hebben het COC als vereniging geen goed gedaan. Wanneer het COC het niet lukt dit tij te keren, zal het COC zijn laatste slagkracht en geloofwaardigheid verliezen en zullen andere organisaties en groepen de agenda gaan bepalen en de issues kapen ten behoeve van hun eigen doeleinden. Er kan zelfs een situatie ontstaan dat de homostrijd een kwalijke rol gaat spelen in de toenemende stigmatisering van de moslims in Nederland. Terwijl nu net de moslims en moslima’s die worstelen met hun seksuele gerichtheid de HLBN hard nodig hebben. Dergelijke ontwikkelingen moeten we met elkaar zien te voorkomen. 
 
De homobeweging als geheel mist perspectief, profiel en samenhang. Veel homo’s en lesbo’s bekruipen vandaag de dag gevoelens van machteloosheid en onverschilligheid. Solidariteit en actiebereidheid krijgen geen vorm of vinden onvoldoende uitlaatklep. Incidenten domineren de media, maar nergens gloort een onderbouwde visie of een helder program. 
 
Laten we dat gebeuren? Of beraden we ons op onze positie - samen en met alle anderen die zich in de loop der tijd onder de paraplu van de HLBN hebben geschaard - en vinden we zo weer mogelijkheden om het homogeluid helder en integer te laten opklinken? Voelt u ook de urgentie dat er iets moet veranderen? 
 
 
 
2. Resultaten en verworvenheden/ problemen en uitdagingen 
 
Wat heeft een halve eeuw homo-emancipatiestrijd in Nederland opgeleverd? 
- vrijwel gehele juridische gelijkstelling en wettelijke maatregelen tegen discriminatie; 
- een behoorlijke maatschappelijke zichtbaarheid van homo’s en lesbo’s en meer zelfbewustheid; 
- een grote mate van maatschappelijke acceptatie of op zijn minst tolerantie;  
- vrijwel kamerbrede politieke steun daarvoor; 
- openstelling van instituten die tot dan toe alleen voor hetero’s toegankelijk waren, zoals eerst het leger en later ook het huwelijk;  
- en (in de meeste gevallen) een grote mate van persoonlijke vrijheid om homoseksueel te zijn c.q. je homoseksueel te gedragen op je eigen manier: vrije levensstijlkeuze. 
 
Ondertussen: 
- denken velen dat het nu welletjes is; en blijkt de tolerantie slechts een dun laagje vernis te zijn; dit komt voornamelijk naar voren in het onderwijs, waar seksuele voorlichting nu uit is en homoseksuele leerkrachten en leerlingen vrijwel geen steun (meer) krijgen (de goede scholen niet nagelaten!); 
- is de klad gekomen in de belangenbehartiging, terwijl de kwesties die aangepakt moeten worden steeds meer vakkennis en ‘know how’vragen; 
- is de heteronorm nog steeds hecht verankerd en blijft de homoseksuele optie tweederangs – of wordt soms onzichtbaar gemaakt/gehouden; 
- steken nieuwe vormen van homohaat de kop op en gaan daardoor weer mensen ‘terug in de kast’; 
- weten politiek en instanties – inclusief de homobeweging – slecht om te gaan met deze terugslag in de homo-emancipatie; 
- biedt de Nederlandse homobeweging een versplinterde en machteloze aanblik; 
- en zit het COC met de handen in het haar. 
 
Maar nog altijd 
- groeit vrijwel iedere ho/le/bi op in een heteroseksueel gedefinieerde omgeving. Ondanks juridische gelijkstelling en toegenomen maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit, zal hij of zij daardoor steeds opnieuw zijn of haar hoogstpersoonlijke proces van zelfaanvaarding en (al dan niet) coming out doormaken. In dit opzicht verschilt homoseksualiteit van andere minderheids-bepalende kenmerken, zoals religie of etniciteit. En jongeren staan nog steeds in de kou. Het is niet cool om op school of op straat homo te zijn. Integendeel! Kennisoverdracht over homoseksualiteit vergt continue aandacht, omdat nieuwe generaties steeds opnieuw voor hun acceptatie moeten strijden. Dit gegeven is tot nu toe te weinig in ogenschouw genomen als het er om ging de taken van de homobeweging te bepalen. Te veel is gedacht dat we wel zo ongeveer klaar waren. Maar dit proces vraagt structurele aandacht. 
- Hetzelfde geldt voor de homomissie wereldwijd. Internationaal bestaat er nog steeds geen beeld dat homoseksualiteit een normale levensstijl is waar niets mis mee is. Zoals welvarende landen een morele verplichting hebben om arme landen te helpen, zo hebben homovriendelijke landen de verplichting om die tolerantie over de hele wereld uit te dragen. 
 
 
 
3. Recente paniek 
Terwijl het merendeel van de autochtone Nederlanders homoseksualiteit inmiddels lijkt te accepteren of op zijn minst te tolereren, komt de afkeer van homo’s en lesbo’s onder een klein, maar voor veel onrust zorgend deel van de in Nederland wonende moslimbevolking steeds meer aan de oppervlakte en zorgen gevallen van geweld en andere incidenten voor incidentele golven van paniek. De slachtofferrol van de gekwetste homo kan ook als valkuil werken. Hiermee dreigen twee groepen minderheden tegenover elkaar te komen staan. Bij recente incidenten zoals in Amsterdam – die de media haalden – werden autochtone homomannen gediscrimineerd en/of mishandeld door allochtone mannen. Ook blijkt uit onderzoek op scholen dat voornamelijk islamitische jongens een negatief beeld hebben van homoseksualiteit. 
 
Geconstateerd moet worden dat de in Nederland wonende groep moslims groter en groter is geworden en dat hun proces van inburgering en emancipatie moeizaam verloopt. Onderdeel van die emancipatie is dat iedere moslim en moslima moet leren omgaan met homoseksualiteit. Daarnaast is deze groep internationaal op de schopstoel terecht gekomen door de verharding van standpunten over terrorisme en de paniek die dat vervolgens weer veroorzaakt. Juist deze crisissfeer vraagt om kalmte en dus helemaal niet om polarisatie. 
 
Maar er zijn ook voorbeelden waarbij deze homo-intolerantie onder ‘moslims’ geprojecteerde homohaat van autochtone Nederlanders blijkt te zijn. De moslim wordt misbruikt om de eigen ongenoegens veel scherper te kunnen uiten. Deze trend is veel geniepiger en doet zich gelijktijdig voor. De tolerantie van autochtone Nederlanders blijkt dan ineens flinterdun te zijn. 
 
Door de voortgeschreden secularisering zijn we in Nederland een beetje vergeten hoe we dienen om te gaan met religieuze bezwaren tegen homoseksualiteit. Verworven rechten moeten we verdedigen, maar dat kan nooit slagen als we ons daarbij tegenover de moslimgemeenschap opstellen.  
 
Om te beginnen moet de HLBN open staan voor en zich ( mede) richten op moslims en moslima’s die worstelen met hun homoseksualiteit of die last hebben van antihomoseksuele gevoelens die daar vaak het gevolg van zijn. Zij hebben de sleutel in handen. Door hun gevoelens te accepteren en in meer of mindere mate open te zijn, kunnen ze een rolmodel worden en daarmee ook aan hun omgeving te laten zien dat ze gewoon zichzelf kunnen zijn.  
In de tweede plaats kunnen we een veiliger klimaat scheppen door veel meer en systematisch het contact met moslimorganisaties en - groepen te zoeken. Laten we niet vergeten dat in voorafgaande decennia de bezwaren in katholieke en protestantse kringen vooral zijn weggesmolten door veel en geduldig te praten met opinieleiders uit die kringen. 
 
 
4. De toegenomen gecompliceerdheid van beleid 
Jarenlang was pleiten voor holebi-rechten relatief eenvoudig: ze waren er niet en ze moesten er komen. Achterstelling en discriminatie waren een schande en moesten ophouden. Nu er wel een juridisch kader is en een officieel homobeleid bij de (landelijke) overheid, vereist het formuleren en uitdragen van politieke eisen voor de verbetering van de positie van holebi’s veel meer kennis van beleid en openbaar bestuur. Beleid maken en lobbyen is een vak geworden, dat vaak de capaciteiten en energie van vrijwilligers te boven gaat. De overheid is ook hierop ingesprongen door voor allerlei maatschappelijke problemen kenniscentra of expertisecentra in het leven te roepen en met subsidie te ondersteunen. Zo is op ‘ons’ terrein het Kenniscentrum Homo- en Lesbisch Emancipatiebeleid aan de al langer bestaande Schorerstichting toegevoegd. Het mandaat is echter beperkt tot advisering aan de decentrale overheden. Daarnaast heeft het COC een projectbureau, dat zich voornamelijk bezighoudt met internationale projecten. 
De landelijke belangenbehartiging in holebi-zaken waaiert thans alle kanten op. Opeenvolgende generaties van leden van het Federatiebestuur van het COC hebben het hier moeilijk mee gehad, ze verloren nogal eens het initiatief aan anderen en werden gehinderd door gebrek aan inhoudelijke ondersteuning, te weinig mandaat en kinnesinne in eigen kring. Het COC is in landelijke kwesties een beetje onzichtbaar geworden. 
Het lijkt tijd om het roer om te gooien. Belangenbehartiging moet niet langer een zaak zijn van een soort ‘patiëntenvereniging’, van lotgenoten die zelf voor hun groep opkomen. Belangenbehartiging is het in hapklare brokken overdragen van zakelijke kennis en expertise aan beleidsmakers die willen weten hoe ze de problemen zouden kunnen aanpakken. Beleid maken is een vak dat door professional moet worden uitgeoefend. 
 
Professionalisering wil absoluut niet zeggen dat er geen rol meer zou zijn voor vrijwilligers. Integendeel, een emancipatiebeweging kan niet zonder. Maar ook met vrijwilligers moet je professioneler omgaan. Steeds minder mensen willen eindeloos in besturen en commissies zitten, maar velen zijn eigenlijk wel te porren voor een tijdelijk project met een concrete opdracht, vooral als daarbij een beroep op hun kennis, ervaring en talenten wordt gedaan. Er is in holebi-land buitengewoon veel talent en er is ook veel behoefte om ‘iets te doen’. Het opnieuw in kaart brengen van de eigen gelederen en het vormgeven aan een modern vrijwilligersbeleid is de hoogte tijd. 
 
 
5. De Nederlandse homobeweging moet zich zelf opnieuw uitvinden 
 
De HLBN is dus helemaal niet klaar. De strategiecommissie heeft zich bezonnen op taken en verantwoordelijkheden van een sterke en ambitieuze HLBN. De stortvloed van ideeën en suggesties heeft geleid tot een indeling in 5 taakvelden. Wij geven hieronder kort weer wat volgens ons de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden zijn. 
 
 
A. Beleid en maatschappelijk debat 
De HLBN 
- signaleert discriminatie en ongelijkheid, biedt hulp en ondersteuning, maar spreekt vooral de politiek en de officiële instantie steeds weer aan op hun verantwoordelijkheid.  
- geeft de belangenbehartiging (op, lokaal, nationaal en internationaal niveau) een nieuwe impuls; een centrale aanpak en professionele opzet is geboden. 
- zet positief in op waarden als ‘diversiteit’ en ‘keuzevrijheid’. We zouden in dat verband beter kunnen spreken van homoseksualiteiten, dan van één homoseksualiteit. Het gaat niet om een groepsbelang, maar om respect voor menselijke waardigheid (=mensenrecht). Daarmee kunnen hetero’s zich ook (of beter) identificeren; 
- zoekt gericht naar bredere allianties op het thema ‘mensenrechten’; 
Op grond van het voorgaande: 
- stelt iedere vorm van homo-uitsluiting aan de kaak, maar hoedt zich voor vijanddenken; 
- stelt de alom aanwezige heteroseksuele definitie van de werkelijkheid systematisch ter discussie. Dit kan door in het maatschappelijke en politieke debat over allerlei zaken steeds de homo-invalshoek op een tactisch moment naar voren te brengen. Noem het mainstreaming, maar het is het ondergraven van de hetero-normativiteit. 
- formuleert en heldere actuele politieke eisen die als kristallisatiepunt dienen. Bijvoorbeeld:  
· een nationaal beleid tegen ‘hate crime’; 
· voorlichting over homoseksualiteit als reguliere en dus structurele taak van alle onderwijssoorten; en druk op de politiek om dat ook te organiseren; 
· permanente aandacht voor jongeren, zodat iedere jongere feitelijke, objectieve informatie krijgt over alle vormen van seksualiteit; 
· aandacht voor homoseksualiteit als voorgeschreven taak van de publieke omroep; 
· veilige arbeidsomstandigheden voor holebi’s op iedere werkvloer; 
· openheid en een specifiek aanbod in de wereld van (senioren)zorg en welzijn; 
· een realistisch en effectief beleid rond homo-ontmoetingsplaatsen in de publieke ruimte. 
 
B. Voorlichting 
De HLBN 
- ziet voorlichting als een permanente taak. De tolerantie en acceptatie moeten onderhouden worden. Nieuwe generaties moeten steeds opnieuw leren met homoseksualiteit om te gaan. Voorlichting moet zich vooral richten op alle jongeren. 
- zoekt systematisch de dialoog met woordvoerders van onder andere moslimorganisaties in Nederland;  
- moet veel creatiever inspelen op de hedendaagse mediapraktijken (Maak van de hype een deugd?) 
 
C. Opvang en ondersteuning 
De HLBN  
- biedt structureel ondersteuning aan opvang, zelfaanvaarding en coming out;  
- ziet toe op, of voorziet zelf in het bestaan van voldoende homovriendelijke ontmoetingsplaatsen (commercieel en niet-commercieel);  
- legt meer nadruk op / biedt meer ruimte voor lokale activiteiten en op ondersteuning daarvan door een landelijk service centrum;  
- zet meer tijd en middelen in voor ondersteuning van het emancipatieproces van moslim homo’s en lesbo’s.  
- zet eigentijdse vormen van activiteiten op voor jongeren, die meer tegemoet komen aan hun behoefte aan eerlijke informatie en veilig kunnen experimenteren. 
 
D. (Sub-) cultuur en recreatie 
De HLBN: 
- zou zichtbaarder aanwezig moeten zijn in de op holebi’s gerichte wereld van ontspanning en vermaak (zonder zelf een commerciële insteek te kiezen hoeft zij het niet uitsluitend aan ‘de markt‘over te laten). Dat kan het imago en vooral het draagvlak versterken; 
- moet een uitlaatklep bieden voor / vorm geven aan de emoties van solidariteit en betrokkenheid, van homo’s en hetero’s: financieel en in woorden en in daden. Zichtbaarheid als bindmiddel. Niet eens per jaar, maar structureel.  
- kent de eigen gelederen, of gaat ze inventariseren en benut de aanwezige talenten; zet projecten op waarbij doelgericht vrijwilligers tijdelijk zijn ingeschakeld, maar is kritisch op permanente commissies die meer vergaderen dan concrete zaken aanpakken. 
 
E. Internationale contacten 
De HLBN: 
- zou een duidelijk buitenlands beleid moeten voeren, waarbij de keuze voor de concentratielanden weloverwogen plaatsvindt en niet alleen van toeval en subsidiemogelijkheden aan elkaar hangt; 
- moet ook versnippering van geld en activiteiten in het buitenlands beleid voorkomen en dus ook daar beter coördineren; 
- moet ook meer aandacht besteden aan individuele problemen van homo’s en lesbo’s die een internationale achtergrond of oorzaak hebben en moet voor dit soort individuele problemen ook een ‘loket’ hebben. 
 
6. Fragmentatie – door functionele specialisatie – van de holebi-beweging 
Mede onder invloed van het subsidiebeleid van de Nederlandse overheid, zijn deeltaken van de homobeweging in de loop der jaren van het COC afgesplitst . Zij vonden onderdak bij nieuwe autonome organisaties en/of professionele instellingen: van Schorer tot de homosport, van het homomonument tot de IHLIA. Soms was dit ook een autonome ontwikkeling. Deze verscheidenheid zou een teken van kracht en rijkdom kunnen zijn (“laat duizend bloemen bloeien”), als er naast diversiteit ook “eenheid in verscheidenheid’ zou zijn. Dat wil zeggen dat de verschillende organisatie welbewust aan dezelfde doelen werken en hun acties op elkaar afstemmen. Daar zit echter in de praktijk geen systeem in. Strategie en activiteiten waaieren alle kanten op, schijnbaar zonder enig overleg of samenbindend idee of plan. Er is geen sprake van een gezamenlijke agenda of strategie. Daar zou verandering in moeten komen. Er is een tuinman (of –vrouw) nodig. 
 
7. Koersverlegging?! 
De hiervoor geschetste inhoudelijke koersverlegging kan het beste gestalte krijgen als er een “bundeling” komt van de organisaties in homoland die daar aan mee zouden willen werken. Het is niet wenselijk en ook niet haalbaar dat alle organisaties onder de paraplu van het COC terecht gaan komen. Integendeel, voor veel organisaties is eigen specialisme en eigen werksfeer juist de voorwaarde waaronder zij kunnen bloeien en groeien en waardoor ze aantrekkelijk zijn voor de eigen actieve leden. Inbedding in het COC is een gepasseerd station. Constructieve en gecoördineerde samenwerking van alle Nederlandse holebi-organisaties is echter een overlevingsvoorwaarde voor allemaal. 
 
Grofweg kan aan vijf varianten worden gedacht: 
 
1) doorgaan met alle zaken zoals die nu gaan, geen verandering (dus geen koerswijziging, geen coördinatie en vooral speelbal in de media); 
2) een lichte vorm van coördinatie op basis van vrijwilligheid, bijvoorbeeld op basis van een convenant; 
3) een stevige vorm van coördinatie, goed juridisch vastgelegd en met veel ambitie. Men kan hierbij denken aan de horizontale federatieve structuur waarbij gelijkwaardige partners samenwerken met behoud van eigen identiteit en organisatiestructuur 
4) De Federatie COC Nederland nodigt de andere holebi organisaties uit zich bij de Federatie aan te sluiten. 
5) een volledige fusie van alle organisaties (bijvoorbeeld onder COC-vlag als sterkste en bekendste naam). 
 
 
Wanneer de urgentie tot koersverlegging gevoeld wordt, zou de discussie hierover moeten gaan: hoe ziet de HLBN er over 5 jaar uit en welke koers hebben wij met elkaar daarbij voor ogen? 
 
Elementen die ons voor ogen staat ter ondersteuning van de samenwerking voor de komende vijf jaren:  
· Horizontale structuur; samenwerking tussen gelijkwaardige partners met behoud van eigen identiteit en organisatievormen;  
· Afstemming van zaken die een gezamenlijke aanpak vergen, zoals bijvoorbeeld nationale politieke campagnes, mediastrategieën/communicatie, fondswerving en mobilisatie activiteiten (het voorkomen van doublures); 
· Een uitvoerend dagelijks bestuur, dat een duidelijk vastgelegd mandaat heeft en slagvaardig kan reageren op de actualiteit; 
· Vastlegging van de taken en verantwoordelijkheden in een nieuwe rechtsvorm; 
· Van belangenbehartiging oude stijl naar professionalisering van het beleidswerk; inrichting van een professioneel beleidskantoor als zelfstandige en onafhankelijke deelnemer in de Bundeling. De taken van het huidige Projectenbureau van het COC en van het kenniscentrum Homo- en Lesbisch Emancipatiebeleid worden hierin ook onder gebracht. Een expertisecentrum dus dat praktische kennis vergaart en verspreidt, signaleert en adviseert, en dat over de gehele breedte van het holebi-gebeuren, en dat deels zijn eigen geld genereert door het binnenhalen van betaalde opdrachten. 
· Vermijding van overlap in taken, door samenbundeling van verwante activiteiten in een aantal “zuilen” (zoals gezondheid, uitgeverij en bladen; uitvoering van – gesubsidieerde- ondersteuningstaken, ouderen, sport, buitenland, etc.); 
· Een aantal gespecialiseerde COC-activiteiten zouden in andere “zuilen”onderdak kunnen vinden (“ontvlechting”); 
· Proberen over de gehele linie een beter gebruik te maken van de deskundigheden onder leden /achterbannen door inzet in niet-permanente concrete opdrachten. Deze zouden bij het beleidskantoor kunnen worden ondergebracht. 
· Hervorming van de huidige federatieve verenigingsstructuur van het COC, zodat een beter evenwicht tussen lokale autonomie en landelijke ondersteuning wordt bereikt. 
 
 
8. Tot slot 
Let wel, dit zijn aanzetten voor een discussie. Wij willen eerst weten hoe het brede holebi-veld hierover denkt en dus nadrukkelijk niet alleen het COC. Voelt iedereen de urgentie om te komen tot een drastische koerswijziging? Hebben wij allemaal dezelfde ambitie: namelijk om te komen tot een hernieuwde, moderne krachtige Homo- en Lesbische Beweging Nederland? Zijn wij in staat om te komen tot een echte vernieuwing of blijven wij doorgaan zoals het nu gaat? En redden we het daarmee? Nogmaals, wij zijn zeer benieuwd naar jullie mening hierover! 
 
Graag spreken hierover met jullie op zaterdag 1 oktober in Utrecht. Graag tot dan! 
 
De Strategie Commissie: 
Joke Swiebel (voorzitter), Mies Westerveld, Maria Pronk, Mariëtte Hermans, Henk Krol, Ruud Nederveen, Steven Pieters, Peter van Maaren, (leden), Hein Verkerk (secretaris) 

 

Eerder verschenen publicaties