Recente publicaties

 

nieuw artikel

2005-05-11

5. Sexual Rights and Wrongs.Ten Years Past Beijing.

Sexual Rights and Wrongs Ten Years Past Beijing 
 
Verslag IIAV lezing 11 mei 2005  
Door Jacintha van Beveren  
 
Op 11 mei 2005 gaf Rosalind P. Petchesky de lezing ‘Sexual Rights and Wrongs Ten Years Past Beijing’op het IIAV in Amsterdam. Oud-Europarlementariër Joke Swiebel gaf een reactie op de lezing en de nieuwe directeur van het IIAV, Saskia Wieringa, had haar eerste openbare optreden als directeur in de opening van de avond en het leiden van de discussie.  
Professor Rosalind Petchesky - verbonden aan het Hunter College, City University New York - betoogde dat het debat over seksuele rechten een grote terugslag heeft gekregen na de aanvankelijk positieve uitkomsten van de VN-wereldconferentie in Cairo (1994) en de daaropvolgende wereldvrouwenconferentie in Beijing (1995). Ze nam de toehoorders bij de lezing mee in twee beelden die heel erg van elkaar verschillen, maar die volgens haar alles met elkaar te maken hebben, zonder dat we dat direct zien.  
In het eerste beeld schetst ze een bonte verzameling van mensen van alle leeftijden, landen, kleuren en seksuele voorkeuren die in Mumbai (India) met muziek en vredesvlaggen over het terrein trekken waar het Wereld Sociale Forum wordt gehouden begin 2004.  
De betogers roepen leuzen als: "My gender is my right" en “hijras are women (1) ". Mensen die onder invloed van de internationale mensenrechten opkomen voor hun seksuele rechten(2) vormen een eerste beeld. 
In het tweede beeld zien we de donkere kelders van de Abu Ghraib gevangenis in Irak. Beelden die eveneens begin 2004 de hele wereld over gingen. Beelden die ons niet onbekend voorkwamen, omdat we deze onmenselijke ondervragingsmethoden en procedures al vaker gezien hadden in bijvoorbeeld Afghanistan en Guantanamo. Het beeld van mannelijke gevangen die gedwongen worden om capuchons of vrouwenondergoed op hun hoofd te dragen, zichzelf af te trekken, elkaar onderling te bevredigen, of die verkracht worden of gedwongen worden toe te kijken als anderen verkracht worden.
 
Verschillende realiteiten 
Petchesky stelt dat deze twee beelden twee tegenover elkaar staande realiteiten rond seksualiteit representeren in een globale wereld. De ene realiteit is die van sociale bewegingen, die aandacht vragen voor verborgen en gemarginaliseerde groepen. De andere realiteit is die van de machthebbers die de beelden als trofeeën gebruiken voor hun dominantie en macht.  
Petchesky betoogt dat door het openlijk tonen van seksuele martelingen op gevangenen de ideeën over seksuele vrijheid en gender gelijkheid op globale schaal geëxploiteerd worden ten behoeve van het laten zien van de machtspositie aan de ene kant en de vernedering van de ander aan de andere kant. Het genderbeeld daarbij is vooral heteroseksueel en stereotiep. De mannelijke gevangenen worden voorgesteld als zwakke vrouwen en ondergaan ook eenzelfde behandeling als veel vrouwen (niet alleen in oorlogstijd). Seksuele vernedering wordt gebruikt om het lichaam van de ander te vernederen en daarmee zijn soort. Dergelijke praktijken kennen we ook uit de koloniale geschiedenis, waarbij meest gekleurde slaven seksuele vernederingen moesten ondergaan. Dat vrouwen echter niet alleen behoren tot de zwakke groep liet Lindy England onder andere zien op de van haar gemaakte foto"s in de Abu Ghraib gevangenis. 
Het plaatje wordt nog complexer, wanneer in deze globale wereld oorlogen gevoerd worden met als belangrijkste motief vrouwen te beschermen, zoals de oorlog in Afghanistan. Hier wordt seksuele vrijheid van vrouwen geëxploiteerd als oorlogsdoel. Maar aan de andere kant worden de rechten van sekswerkers in veel landen met voeten getreden en daar maken machthebbers zich weer niet druk om.  
Openlijke vernederingen 
Petchesky stelt zichzelf vervolgens de vraag waarom de vernederingen in de Abu Ghraib gevangenis zo openlijk werden tentoongesteld. Haars inziens is de verklaring die gezocht wordt in de technische mogelijkheden (3)niet afdoende. Zij is het eens met de degenen die het publiek vernederen van de gevangenen op zich als verklaring hanteren, waarbij het vastleggen van die beelden voor de betrokkene nog grotere schade betekent, niet alleen voor haar of hemzelf, maar ook voor de gemeenschap waartoe hij of zij behoort. Niet langer staat het vrouwenlichaam exclusief symbool voor seksuele en reproductieve rechten aan de ene kant en geweld aan de andere kant. Het mannenlichaam is net zo goed symbool voor de natie of de groep waar hij uit voortkomt. In de ene groep wordt zijn lichaam als machtig voorgesteld, in de andere als niets waard (4) en daarmee als schendbaar. 
Petchesky onderkent het gevaar van het erkennen van geweld tegen mannen in oorlog en conflictsituaties, maar zij tracht ons ervan te overtuigen dat juist vanuit een feministische theorie gender veel diverser gezien moet worden dan alleen als de heteroseksuele dichotomie. Daarmee worden de werkelijke slachtoffers in kaart gebracht en ook de werkelijke daders, ontdaan van hun stereotiepe genderidentiteit. 
Zij betoogt dat seksuele rechten altijd zowel in hun specifieke context, als in relatie tot andere rechten moeten worden gezien en ze pleit ervoor dat sociale bewegingen uit hun gefragmenteerde ghetto"s komen en zich gezamenlijk gaan inzetten voor de bescherming van het menselijke lichaam en de integriteit daarvan.  
Ze geeft ons tot slot een derde beeld cadeau, namelijk het beeld van die wonderlijke coalities, die gesmeed worden vanuit mensenrechtenbewegingen (waaronder vrouwenbewegingen), vredesbewegingen, milieubewegingen en economische rechtvaardigheidsbewegingen die allemaal een betere wereld willen. Deze coalities kunnen vervolgens een multi-raciale en multi-gegenderde visie op seksuele en lichamelijke rechten voor de 21e eeuw neerzetten. 

 
Reactie vanuit een Europese context 
Joke Swiebel ziet dit in de Europese context toch wat anders. Ze schetst de Europese context van sexual rights die er toe geleid hebben dat de Europese Unie zich in 1995 in Beijing inzette voor seksuele rechten in het Platform for Action. Vooral in Zweden en Nederland was economische autonomie in de negentiger jaren een feit geworden. Daarbij hoorde ook seksuele autonomie: controle hebben over je eigen lichaam en er eigen besluiten over mogen nemen. Het politieke klimaat zat mee in 1995, omdat in die tijd in de aanloop naar het Verdrag van Amsterdam, Europese maatregelen tegen discriminatie op grond van ‘seksuele gerichtheid’ werden voorgesteld. Zo kwam de strijd voor gelijke rechten van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen op de politieke agenda in een aantal landen van de Europese Unie. Eerder hadden de EU-landen in Maastricht al afgesproken in internationale organisaties zoals de Verenigde Naties zo veel mogelijk met één mond te spreken. Hierdoor konden Zweden en Nederland de andere EU-landen meekrijgen om voor seksuele rechten te pleiten in het Platform for Action.  
 
Meetbare indicatoren 
De EU speelde in Beijing dus een trekkersrol. Het is daarom interessant om te zien wat de EU er nu zelf van terecht brengt. Een eerste vraag is dan of de EU bedacht heeft hoe seksuele rechten van vrouwen meetbaar worden gemaakt. Dat zou betekenen dat er indicatoren moeten zijn, die meetbaar zijn. Joke Swiebel is geen systematisch en vergelijkend overzicht van de stand van zaken in de verschillende EU-landen tegen gekomen. De EU heeft wel enkele indicatoren voor huiselijk geweld en seksuele intimidatie bedacht, maar niet voor het bredere onderwerp van seksuele rechten. Ook in de jaarlijkse Beijing-rapportage van de EU-Raad ontbreken indicatoren voor seksuele rechten. Zo ook in de ‘Beijing plus tien’-rapportage van het Luxemburgse voorzitterschap (5).  
Daarvoor zijn twee elkaar versterkende verklaringen te geven. De EU-lidstaten verschillen sterk van elkaar als het gaat om het denken over seksuele rechten (ingegeven door verschillen in godsdienst en cultuur). Daarnaast is de bevoegdheidstoedeling van besluiten over seksuele rechten zodanig vastgelegd, dat de meeste bestanddelen daarvan tot het terrein van de individuele lidstaten behoren en niet tot die van de Europese Unie. Joke Swiebel noemt als voorbeelden abortuswetgeving, seksuele voorlichting, toegankelijkheid van de seksuele gezondheidszorg, wetgeving inzake huwelijk en niet-huwelijkse relaties en het beleid over seksueel geweld. Als voorbeelden van veranderingen door individuele besluiten van landen noemt ze de openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht in Spanje en de recente abortuswetgeving in Portugal. Deze besluiten werden vooral mogelijk doordat er progressieve regeringen ontstonden en niet door EU-richtlijnen.  
 
Hoopvol 
Toch is Joke Swiebel niet alleen somber gestemd, want er gebeurt wel wat in Europees verband. Ze wijst op de rol die het Europees Parlement speelt voor NGO"s en deskundigen op het terrein van seksuele rechten. Ze noemt het debat over het rapport van de Belgische Anne van Lancker over seksuele en reproductieve rechten, waarin de Commissie wordt aangespoord om door te gaan op dit terrein (6) en waarin ook meer aandacht gevraagd wordt voor de rechten van vrouwen in de nieuwe EU-lidstaten. Er is wat Joke Swiebel betreft hoop.  
Na een korte gedachte-uitwisseling en verheldering (7) sluit Saskia Wieringa de avond af. Ze memoreert dat er twee boodschappen zijn, namelijk coalities vormen met NGO"s en sociale bewegingen die zich op verschillende terreinen profileren aan de ene kant en doorgaan op de weg naar steeds meer seksuele vrijheid voor vrouwen door voortdurende aandacht vragen en kleine stapjes vooruit, zoals in de EU, aan de andere kant.  
Tijdens de borrel na afloop werd er nog druk gediscussieerd over de interessante lezingen van beide spreeksters.  
 
Noten 
1.In de Indische en Pakistaanse maatschappij zijn hijras zichtbaar als zich vrouwelijk kledende transgenders en interseksuelen die een bepaald gedrag uitstralen. In het algemeen bestaat het geïdealiseerde gedrag eruit "vrouwelijk" te zijn. 
2.Hieronder wordt door Petchesky verstaan: het recht zich seksueel te uiten, gender gelijkheid, reproductieve rechten, toegang tot gezondheidszorg en vrijwaring van lichamelijk geweld en misbruik. 
3.Zoals de camera van de mobiele telefoon en het internet. 
4.Bijvoorbeeld als vrouw gekleed in burka. 
5. Beijing + 10. Progress made within the European Union, report from the Luxembourg Presidency of the Council of the European Union. Luxembourg, z.j. (2005). Zie [klik hier] 
6. Rapport (“Verslag”) A5-0223/2002, d.d. 6 juni 2002, aangenomen als resolutie P5_TA(2002)0359 op 3 juli 2002. Te vinden op de website van het Europees Parlement, www.europarl.eu.int 
7. De discussie die volgt tussen de sprekers en het publiek is vooral verhelderend; de belangrijkste punten zijn meegenomen in dit verslag.  
 

 

Eerder verschenen publicaties