Alle zegen komt uit Europa?
12 maart 2004



De laatste tijd horen we meer en meer dat de uitbreiding van Europa slecht is voor vrouwen en homoseksuelen. Sommigen vrezen zelfs dat verworven rechten worden teruggedraaid. Grachtengordel-prietpraat? Euroscepticisme en electorale berekening? Als tegengif zet ik een paar feiten op een rij.
 
De Europese Unie heeft de afgelopen jaren er veel aan gedaan homorechten als mensenrechten op de kaart te zetten, juist ook in de toetredingslanden. Alle nieuwe EU-landen hebben, met name onder druk van het Europees Parlement, voor homo´s discriminerende strafbepalingen geschrapt. De Europese Unie heeft voorts in 2000 een belangrijke richtlijn tot stand gebracht die discriminatie op grond van o.a. seksuele gerichtheid op de arbeidsmarkt verbiedt. Dit betekent dat werknemers die op discriminatie stuiten, nu meer mogelijkheden hebben om dit bij een rechter aan te kaarten. Ook in de voormalige Oostbloklanden. Juist hier zijn homo’s nu actief bezig om hun rechten op te eisen met de Europese regelgeving in de hand, en dat leidt vanzelfsprekend tot meer zichtbaarheid en openheid. Waarmee niet is gezegd dat alle discriminatie uit de wereld is geholpen, maar dat is ook in Nederland niet het geval. De Europese Unie biedt wel het politieke kader en de juridische instrumenten om de strijd met kans van slagen aan te gaan. Daarom is het ook goed dat in het ontwerp voor een Europese Grondwet het grondrecht van non-discriminatie, o.m. op basis van seksuele gerichtheid, is verstevigd.
 
Ook op het gebied van de partnerrechten zijn belangrijke stappen vooruit gezet. Deze week heeft het Europees Parlement een nieuwe Richtlijn worden goedgekeurd, die garandeert dat EU-burgers hun echtgenoot of partner mee kunnen nemen als zij in een ander EU-land gaan werken. De nieuwe regeling is onvolmaakt en onvolledig, maar het is wel de eerste keer dat het geregistreerde partnerschap, ook van personen van hetzelfde geslacht, als zodanig in EU-wetgeving wordt erkend. Een goede basis om de strijd voort te zetten. Van de vijftien - oude - EU-landen kennen er nu zeven - en spoedig acht - enigerlei vorm van geregistreerd parnerschap. Binnen de nieuwe EU-landen staan zulke regelingen ook ter discussie, zie bijvoorbeeld de voorstellen aanhangig in Slovenië en - uitgerekend - ook in Polen!
 
En dan de vrouwen. In mijn vorige column (zie de link hiernaast) schreef ik al over een rapport van de Europese Commissie met oog op de Voorjaarstop (Brussel, 25 en 26 maart a.s.) waarin de regeringsleiders zullen spreken over werkgelegenheid Wil er iets terecht komen van het veelbezongen streven dat Europa de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld wordt, dan kunnen we ons de achterstelling van vrouwen niet langer veroorloven – het lijkt er op dat die boodschap nu eindelijk ook tot de Europese Top doordringt. De economische motivering moge cynisch lijken, de rechten van vrouwen zijn wel terug op de Europese politieke agenda. Ook de toetredingslanden kunnen daar niet om heen. Zo is er op het ogenblik ook veel te doen over een voorstel van de Commissie voor een Richtlijn inzake gelijke toegang voor mannen en vrouwen bij de toegang tot en de levering van goederen en diensten - met name in het verzekeringswezen. Dat betekent dat er spoedig waarschijnlijk weer een stapje verder wordt gezet om discriminatie van vrouwen te lijf te gaan.
 
Vorig jaar heeft Minister De Geus het Nederlandse beleid voor de vrouwenemancipatie – “die is nu wel afgerond”, op de schopstoel gezet. En de Tweede Kamer vroeg onlangs aan Staatssecretaris Ross van VWS hoe het toch zat met het homobeleid. In Europa staan beide zaken wel degelijk op de agenda. Europa blijft zich dus terecht bekommeren om deze onderwerpen en dat betekent dat men in de nabije toekomst nog een hoop vuurwerk kan verwachten, juist met een Unie van 25 landen. En Nederland kan dat momenteel ´best wel´ gebruiken.  
 
 
 

terug