Het vrouwenbeleid in de EU: eindelijk de waarheid op tafel
26 februari 2004


Het vrouwenemancipatiebeleid in de EU heeft een flinke opsteker gekregen. De Europese Commissie heeft in een kort maar krachtig rapport (zie link onderaan column) korte metten gemaakt met het sprookje dat de emancipatie nu wel voltooid is en het emancipatiebeleid kan worden opgeheven.
 
Er is de laatste jaren vooruitgang geboekt, maar de maatschappelijke ongelijkheden tussen mannen en vrouwen blijven hardnekkig. In de 15 EU-landen is de deelname aan de arbeidsmarkt onder vrouwen nog steeds aanzienlijk lager dan onder mannen (55,6% resp. 78.2 %). Als gevolg van segregatie op de arbeidsmarkt, ongelijke carrièrekansen en een overmaat aan deeltijdbanen verdienen werkende vrouwen in de EU gemiddeld 16% minder dan mannen. De huishoudeliijke en verzorgende taken blijven grotendeels neerkomen op vrouwen, kinderopvangvoorzieningen schieten nog steeds structureel tekort. En armoede in de EU is in grote mate een vrouwenzaak.
 
Oud nieuws voor de lezers van OPZIJ? Wellicht, maar nieuw is dat dit nu te vinden is in een rapport van de Europese Commissie dat geagendeerd is voor de a.s. Voorjaarstop (25 en 26 maart). Deze Top zal in het teken staan van het zo vaak bezongen streven van Europa de meest concurrende kennis-economie ter wereld te maken. Welnu, de boodschap is helder. Als we niet bereid zijn vrouwen in staat te stellen daadwerkelijk hun recht op gelijkheid te realiseren, dan komt er van dat fraais niks terecht. Europa kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven het economisch potentieel van vrouwen onbenut te laten. De vergrijzing maakt het economisch draagvlak kwetsbaar, de verhouding tussen zgn. "actieven" en "inactieven" moet omhoog. Als we dat serieus menen moeten we natuurlijk en passant ook een paar andere vuiltjes uit de weg ruimen. Geweld tegen vrouwen en vrouwenhandel bestrijden. Meer vrouwen in het openbaar bestuur, meer ruimte voor vrouwen in het wetenschappelijk onderzoek.
 
Het rapport van de Europese Commissie beveelt de dames en heren regeringsleiders ook aan om op hun Top te besluiten voort te gaan met het ontwikkelen en toepassen van indicatoren, zodat we ook echt kunnen meten en vergelijken hoe in de verschillende EU landen voor vrouwen de vlag erbij hangt en hoe effectief het beleid op verschillende deelterreinen is. Dit klinkt saai en onschuldig, maar is feitelijk 'hot stuff'. Tot nu toe komt van die transparantie namelijk weinig terecht. Het lijkt bijna of de EU-landen iets te verbergen hebben.
 
Volgend jaar is het tien jaar geleden dat de Vierde VN-Wereldvrouwenconferentie plaats vond – een hoogtepunt na een kwart eeuw mondiale vrouwenstrijd. De Europese Unie had daar het hoogste woord. Tien jaar verder wordt het wel eens tijd om na te gaan of wij zelf ons huis op orde hebben en ons best hebben gedaan in de EU landen de doelstellingen te realiseren die we toen met zo veel ijver de wereld hebben voorgehouden.
 
(voor het rapport: http://europa.eu.int/eur-lex/en/com/cnc/2004/com2004_0115en01.pdf)
 
Deze column verschijnt eveneens in de nieuwsbrief van de PvdA-Eurodelegatie van maart 2004. 
 

terug