Rapport inzake toelating van derdelanders tot arbeid aangenomen
12 februari 2003



 
Vandaag heeft het Europees Parlement een grote stap op weg naar een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid gezet. Een meerderheid van het EP heeft positief gestemd over de toelating van derdelanders voor arbeid als werknemer of als zelfstandige in de lidstaten van de EU. Het belangrijkste uitgangspunt voor de sociaal democraten in het Parlement was de flexibiliteit van de arbeidsmarkt . Die moet niet onnodig gehinderd worden door administratieve formaliteiten.
 
Het belangrijkste criterium om derdelanders voor werk toe te laten, moet een toets zijn waaruit blijkt dat een vacature niet kan worden vervuld door de nationale arbeidsmarkt. Dat is al het geval indien de specifieke vacature niet kan worden opgevuld binnen drie weken nadat deze is gepubliceerd en er geen acceptabele sollicitatie is ontvangen. De verblijfsvergunning 'werknemer' of 'zelfstandige' moet een geldigheidsduur krijgen van minimaal één jaar en maximaal vijf jaar, met de mogelijkheid van automatische verlenging zolang de werknemer aan een aantal formaliteiten voldoet en een geldige arbeidsovereenkomst heeft. Het Europees Parlement wil bovendien dat het mogelijk wordt om tijdelijke verblijfsvergunningen (zes maanden) aan derdelanders af te geven om hen in staat te stellen werk te zoeken of een beroepsgerichte cursus te volgen.
 
Het Parlement is van mening dat er aan een verblijf met oog op arbeid ook sociale rechten moeten zijn verbonden. Dit betekent dat een werknemer of zelfstandige toegang tot onderwijs en studiebeurzen moet kunnen hebben, alsmede de mogelijkheid tot sociale bijstand met betrekking tot huisvesting en een recht op gratis rechtsbijstand voor behoeftigen. Andere verbeteringen ten opzichte van het Commissievoorstel zijn o.a. de volgende: aan de echtgenoot (m/v) of erkende partner van een houder van een verblijfsvergunning 'arbeid als werknemer of als zelfstandige' moet eenzelfde vergunning kunnen worden verleend, de termijnen om te beslissen op aanvragen tot een verblijfsvergunning zijn teruggebracht van zes naar drie maanden en de toestemming voor verblijf indien de werknemer van baan wenst te veranderen binnen dezelfde branche moet automatisch geschieden. Bovendien moet het voor een werknemer mogelijk zijn om bij de verlenging van een vergunning tot verblijf op andere werkterreinen te gaan werken.
 
Het Europees Parlement heeft inzake dit voorstel een adviserende rol. Het is nu aan de Raad om een eindbeslissing te nemen.  
 
De aangenomen tekst kunt u vinden op (klik op 12 februari, in PDF-file, p. 34 (40):  
http://www3.europarl.eu.int/omk/omnsapir.so/calendar?APP=PV2&LANGUE=NL  
 

terug