Europees Parlement stemt voor ruime definitie van vluchtelingen
23 oktober 2002


Op dinsdag 22 oktober is in de plenaire vergadering het rapport Lambert inzake minimumnormen voor de erkenning en status van onderdanen van derde landen als vluchtelingen of personen die subsidiaire bescherming behoeven aangenomen. Doel van dit voorstel is om het asielbeleid te harmoniseren. Dit rapport is daarbij zeer van belang omdat het hier de kern van het asielbeleid betreft, namelijk de vraag "wie is een vluchteling?" De kern van het voorstel is een drietal.
 
Allereerst omvat het voorstel het vastleggen van de voorwaarden om internationale bescherming te verkrijgen. Waar het de vluchtelingenstatus betreft wordt aangesloten bij het Vluchtelingenverdrag, dus er moet sprake zijn van vervolging op grond van o.a. ras, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep. Hieronder valt volgens het voorstel ook een situatie waarin personen vervolgd worden vanwege hun seksuele gerichtheid of op grond van hun geslacht. Waar het de subsidiare bescherming betreft, moeten de lidstaten personen bescherming bieden die bij uitzetting een reŽel risico lopen om onderworpen te worden aan foltering of andere onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (art. 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en art. 3 Anti-Folterverdrag), alsmede indien er sprake is van andere langdurige en stelselmatige schendingen van mensenrechten in het land van herkomst of situaties van willekeurig geweld in een gewapend conflict, zoals een burgeroorlog.
 
Ten tweede ziet het voorstel op het vastleggen van criteria voor de beoordeling van een aanvraag tot bescherming. Hier is sprake van het vastleggen van praktijken die in de meeste lidstaten door beoordelingsinstanties en rechters al worden toegepast mede op basis van het Handboek van de UNHCR. Problemen ontstonden in het verleden bij de interpretatie van vragen zoals 'wanneer is er sprake van vervolging door niet-overheidsactoren? Is er een binnenlands beschermingsalternatief?' Door het geven van criteria is het de bedoeling dat in heel Europa dezelfde normen worden toegepast, zodat asielzoekers niet door de EU blijven zwerven om in het land met de meest gunstige bepalingen een asielverzoek in te dienen.
 
Ten derde legt het voorstel de minimumverplichtingen van lidstaten vast inzake rechten van personen die beschermd worden. Zo mogen lidstaten asielzoekers niet direct of via een derde land terugsturen naar het land van vervolging, het zogenaamde beginsel van non-refoulement. Bovendien moeten lidstaten een verblijfstitel afgeven voor een termijn van vijf jaren en krijgen beschermden toegang tot de arbeidsmarkt, tot onderwijs en tot sociale voorzieningen onder dezelfde voorwaarden als eigen onderdanen.
 
De Raad moet nu in de toekomst dit voorstel aannemen, maar zoals bekend is de Raad niet echt voortvarend inzake besluiten omtrent asieldossiers! Het Europees Parlement heeft in elk geval een duidelijk standpunt ingenomen door het voorstel van de Commissie te steunen, en zelfs nog een stapje verder te gaan op de weg naar een gemeenschappelijk asielbeleid.  

 
Het aangenomen document kunt u hier spoedig vinden (klik op 22 oktober, in PDF-file, p. 94(102)): 
http://www3.europarl.eu.int/omk/omnsapir.so/calendar?APP=PV2&LANGUE=NL 
 
 

terug