Mensenrechten in de Europese Unie
12 september 2002


Vandaag heb ik in het Europees Parlement (in de vergadering van de Commissie Vrijheden en Rechten van de Burger) mijn rapport over de situatie van de mensenrechten in de Europese Unie in 2001 gepresenteerd.  
Als het op de mensenrechten aankomt is het binnen de Europese Unie beter toeven dan in vele andere plekken op de wereld. Dat wil evenwel nog niet zeggen dat het met de mensenrechten in de EU 100% in orde is. Er zijn nog vele lacunes in het ondertekenen en ratificeren van internationale mensenrechtenverdragen en in het tijdig rapporteren aan de bevoegde toezichtsinstanties, maar vooral de feitelijke uitvoering van de aangegane verplichtingen laat veel te wensen over. Ik ben drie grote problemen tegen gekomen.
 
Ten eerste vindt in veel lidstaten van de EU misdragingen, onnodig geweld en pure mishandeling plaats op politiebureaus, in huizen van bewaring, in gevangenissen etc., vooral jegens asielzoekers, buitenlanders of leden van etnische minderheidsgroeperingen. Dit wordt jaar op jaar vastgesteld in Amnesty rapporten bijv., maar kennelijk zijn de maatregelen die de lidstaten treffen om hier verbetering in te brengen onvoldoende.
 
Ten tweede is het met de rechtspleging lang niet in orde. In 2001 zijn tien van de vijftien lidstaten van de EU door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld voor inbreuken bijv. op het recht op een eerlijk proces, het recht op een redelijke termijn, het recht van verdediging etc. – veroordelingen die helemaal niet nodig zouden zijn als de lidstaten zich iets hadden aangetrokken van eerdere uitspraken van het Hof over die materie.
 
Ten derde is er het voortwoekerende racisme en vreemdelingenhaat is Europa en de meer tastbare discriminatie verschijnselen in het algemeen. De aanslagen op 11 september hebben tot een verruwing van het sociale en politieke klimaat gevoerd, waarin wantrouwen jegens vreemdelingen niet langer een taboe is en dit kan al gauw leiden tot aanzetten tot haat en feitelijke discriminatie. Ook discriminatie op andere gronden (godsdienst, sekse, seksuele gerichtheid etc.) kwam ik in vele rapportages tegen, maar wat vooral opvalt is het gebrek aan vergelijkbare cijfers en indicatoren en het ontbreken van een samenhangende anti-discriminatie strategie. Wetgeving en beleid op dit gebied vormen een lappendeken of een gatenkaas, waardoor de indruk eigenlijk is dat in Europa de ene vorm van discriminatie serieuzer wordt genomen dan de andere.
 
In mijn rapport doe ik uitgebreide voorstellen hoe de EU en de lidstaten de situatie zouden kunnen verbeteren. 
Het rapport is de vinden op de website van het Europees Parlement http://www.europarl.eu.int/meetdocs/committees/libe/20020911/libe20020911.htm (zie agendapunt 6). Waarschuwing : Het rapport telt 78 bladzijden. Wie alleen de resolutie wil lezen en niet het eigenlijke rapport kan alleen blz. 1 t/m 19 uitprinten. Een handige samenvatting is ook te vinden in een artikel uit het Algemeen Dagblad, waarnaar je hieronder kunt doorklikken: http://archief.ad.nl/artikel?text=swiebel Mijn rapport zal opnieuw op de Brusselse agenda staan op 2 oktober; de stemming in de vergadering van de Commissie Vrijheden en Rechten van de Burger vindt plaats op 12 november, die in de Plenaire Vergadering medio december in Straatsburg. 

terug