De Top van Sevilla en het nieuwe Nederlandse kabinet
21 juni 2002


21 juni 2002 

 
Vandaag staat een gezamenlijke Europese aanpak van immigratiebeleid op de agenda van de Top van regeringsleiders in Sevilla (Spanje). De roep om ´harde maatregelen´ wordt steeds groter. Verschillende politici in Europa denken door stoere woorden een antwoord te kunnen geven op het succes van (extreem)rechts. Twee dagen geleden nam Ruud Lubbers (Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen) in De Volkskrant (Forum, 19 juni 2002) hier gelukkig afstand van. Hij onderstreepte nog eens dat Europa legale toegangskanalen voor arbeidsmigratie moet openen en tot een gemeenschappelijk asielbeleid moet komen. De oud CDA-premier toont zich een stuk verstandiger dan de gedoodverfde CDA- premier Balkenende. De nieuwe coalitie van CDA, LPF en VVD vervalt namelijk ook tot spierballentaal en lijkt mee te gaan doen aan het frustreren van een Europees migratiebeleid.
 
 
Mensen verhuizen om verschillende redenen binnen of buiten eigen land. Simpelweg de grenzen sluiten zal migratie nooit tegenhouden. Vandaar dat Europese samenwerking noodzakelijk is. Het is goed dat de regeringsleiders dit beseffen en dat ze eindelijk ernst lijken te willen maken met een gecoördineerd migratiebeleid, maar noodgrepen en tijdelijke oplossingen moeten plaats maken voor een coherent migratiebeleid op het gebied van asielopvang en arbeidsmigratie.
 
 
Twee jaar geleden heeft de Europese Commissie al aangegeven dat we er rekening mee moeten houden dat de immigratiedruk op Europa zal blijven toenemen. Anders dan sommige politici dit doen, moet je deze immigratiestroom niet alleen maar negatief beoordelen. De Europese Commissie komt juist tot de conclusie dat we in Europa, door de vergrijzing van de bevolking, bij het instandhouden van onze welvaartsstaat mede afhankelijk zullen zijn van de komst van nieuwe immigranten. Het is daarom nodig om legale immigratiekanalen voor arbeidsmigratie te openen. Te vaak belanden migranten in de illegaliteit, met schrijnende sociale gevolgen en menselijke drama´s als gevolg.
 
 
De Nederlandse en Europese economie is de afgelopen jaren sterk aan het internationaliseren. Er is sprake van een steeds groter wordende mobiliteit, ook op de arbeidsmarkt. Er is door krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing van de samenleving vraag naar arbeid. Waarom kunnen we deze vraag niet combineren met de wens van mensen om zich tijdelijk of voor een langere periode in een ander land te vestigen? 
Vooral het ontbreken van voldoende mogelijkheden tot legale arbeidsmigratie draagt bij aan het doldraaien van de asielprocedures. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt steken landen elkaar de loef af met lokkertjes om IT-ers en andere schaarse specialisten te werven. Aan de onderkant bestaat er een immens zwart en grijs gebied van “illegalen” die vooral in het particuliere circuit schoonmaken, keukentjes verbouwen en op de kinderen passen. Het Europees beleid wordt hierdoor steeds ongeloofwaardiger.
 
 
Toch liggen de voorstellen waarmee regeringsleiders nu bij het electoraat willen scoren vooral in de sfeer van het tegenhouden van immigratie. Onlangs nog hebben Tony Blair en de Spaanse premier José Maria Aznar voorgesteld om ontwikkelingshulp te laten afhangen van de mate waarin landen meewerken aan de terugkeer van uitgeproduceerde asielzoekers. Maar je kunt het ook anders stellen: in ruil voor het aantrekken van arbeidsmigranten kunnen investeringen in ontwikkelingslanden worden gedaan. Door arbeidsmigratie bewust te sturen kun je ´braindrain´ omzetten in ´braincirculation´. Tijdelijke migranten leveren ons arbeid, en nemen weer kennis en ervaring, maar ook inkomen en investeringen mee terug.
 
 
Op langere termijn zullen alleen een eerlijker mondiaal handels- en ontwikkelingsbeleid soulaas kunnen bieden. Op kortere termijn zijn twee dingen noodzakelijk.  
Ten eerste dient de Europese Raad eindelijk de politieke moed op te brengen om tot besluiten te komen over een gemeenschappelijk asielbeleid. Steeds maar uitstellen van besluiten leidt tot sociale dumping: landen proberen elkaar rechts te passeren met “hardere” regelingen, in de hoop dat asielzoekers hun heil elders trachten te vinden. Ten tweede dient er een gemeenschappelijk kader te worden bepaald voor legale vormen van migratie. De voorstellen die de Europese Commissie daarover vorig jaar op tafel heeft gelegd, bieden een redelijk uitgangspunt, maar zijn bij de regeringen eronder verdwenen.
 
 
Nederland behoorde tot nu toe tot de landen die de aanpak van de Europese Commissie globaal gesproken steunden. Wanneer we de plannen van het toekomstige CDA-LPF-VVD kabinet bezien, lijkt Nederland zich op te maken voor de rol van dwarsligger of stoorzender. Zo ademt het in april j.l. verschenen Groenboek over een gemeenschappelijk terugkeerbeleid van illegalen in de EU-landen een veel humanere geest dan die spreekt uit het CDA-LPF-VVD plan om illegaal verblijf als zodanig strafbaar te stellen en een speciale politiedienst voor de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers op te richten. Het Groenboek spreekt over integraal beleid, samenwerking met de landen van herkomst en het respecteren van de mensenrechten. Met zoveel woorden schrijft de Commissie dat in elk geval moet worden voorkomen dat illegalen die in afwachting van hun uitzetting vast zitten (zoals bij onze huidige zgn. vreemdelingenbewaring) worden gecriminaliseerd door hen samen te brengen met veroordeelden voor een strafbaar feit. Kan het nog duidelijker?
 
Ook waar het de gezinshereniging aangaat banjert onze nieuwe rechtse regering met olifantspoten door de porseleinkast van de mensenrechten en de internationale samenwerking. In het op 2 mei j.l. door de Commissie gepubliceerde gewijzigde voorstel voor een Richtlijn inzake gezinshereniging geldt dit recht voor minderjarige kinderen (d.w.z. voor kinderen tot 18 jaar) en is een categorale verlaging van deze leeftijdsgrens uitgesloten. Op de tafel van de CDA-LPF-VVD onderhandelaars lagen voorstel tot algemene verlaging tot 16 of tot 12 jaar. Het nieuwe Commissievoorstel rept slechts van de mogelijkheid dat een lidstaat op individuele basis voor een kind boven de 12 jaar kan toetsen ‘of het aan een ten tijde van de goedkeuring van deze richtlijn bestaand integratiecriterium voldoet’. We mogen dus verwachten nieuwe (LPF-)minister van Justitie op dit punt in Brussel zal gaan dwarsliggen, of moeten wij onze hoop stellen op een (CDA-) minister voor gezinsbeleid voor enig tegenwicht? Het kan verkeren.
 
Waar het de binnenkomst van huidige of toekomstige echtgenoten of partners betreft loopt het nieuwe Nederlandse kabinet-in-spe trouwens ook voor de Europese muziek uit. Met een inkomenseis van 130 procent van het minimumloon komt men aanzienlijk hoger uit dat de eis uit het bovengenoemde Commissievoorstel, dat slechts spreekt van stabiele inkomsten op het niveau van bijstand of minimale sociale verzekeringsuitkering. Het is trouwens de vraag of deze bepaling sowieso de toets van de gelijke behandelings- en non-discriminatiebepalingen van internationale verdragen zou kunnen doorstaan. Dat geldt ook voor een hogere leeftijdsgrens : 21 i.p.v. 18 jaar zoals nu. Ook hier geeft het Commissievoorstel duidelijk aan dat die leeftijdsgrens niet hoger mag zijn dan de wettelijke meerderjarigheidsleeftijd die geldt in het betrokken land. Een legitiem doel van zo’n leeftijdsgrens is gedwongen huwelijken tegen te gaan, niet het frustreren van vrije partnerkeuze.
 
 
De Europese regeringsleiders moeten in Sevilla de realiteit onder ogen willen zien: Europa heeft arbeidsmigratie nodig. Afschermen en afwachten zal niks opleveren. Een breed Europees migratiebeleid vanuit de invalshoek van arbeidsmarkt, vluchtelingenbeleid en ontwikkelingssamenwerking, dat zowel rekening houdt met de gastlanden als de landen van herkomst en migranten zelf, kan wel iets opleveren. Maar hiervoor is een denkomslag nodig, die veel politici waarschijnlijk niet durven te maken. Want roepen dat je de grenzen dicht gooit en met vliegende brigades illegalen het land gaat uitzetten ligt natuurlijk veel lekkerder op de tong. 

 
Ieke van den Burg en Joke Swiebel (leden van het Europees Parlement voor de Partij van de Arbeid) 

 
(Dit artikel verschijnt een dezer dagen in ingekorte vorm in De Gelderlander)
 

terug