Seksueel zelfbeschikkingsrecht
10 maart 2002


10 maart 2002 

 
Op 8 maart verscheen het rapport Abortus in Nederland 1993-2000 van de Stichting Samenwerkende Abortusklinieken Nederland (http://www.stisan.nl). Nederland is niet langer het land met het laagste abortuscijfer ter wereld. In Duitsland en BelgiŽ is dit nu lager. Meisjes en vrouwen in Nederland vertonen de laatste jaren een minder effectief en een meer risicovol anti-conceptie gedrag. Het lijkt wel of Nederland lijdt onder de wet van de remmende voorsprong. 
Zelfbeschikkingsrecht van vrouwen over hun seksualiteit en over het al dan niet krijgen van kinderen is een essentiŽle voorwaarde voor het bereiken van maatschappelijke gelijkheid.. Binnenkort komt dit onderwerp - reproductieve en seksuele gezondheid en rechten - op de agenda van de Commissie Rechten van de Vrouw van het Europees Parlement. Mijn Belgische collega Anne van Lancker is de moedige initiatiefnemer en auteur van dit rapport, dat vooral gaat over anti-conceptie, abortus en de situatie van adolescentenen.
 
Het is inderdaad de hoogste tijd dat de Europese Unie deze onderwerpen behandelt. Het ontbreekt aan vergelijkbare cijfers en indicatoren over de stand van zaken in de EU-landen en de toetredingslanden; ook is er geen platform waar discussie over de beleidsaanpak in de verschillende landen kan plaatsvinden. De Europese Unie heeft zich bij de VN conferenties van 1994 (Cairo) en 1995 (Peking) verschrikkelijk uitgesloofd om het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen erkend te krijgen, maar heeft tot nu toe intern weinig gedaan om de daad bij het woord te voegen. Daarvoor ontbreekt in de Europese verdragen een rechtsbasis. Ook zijn de politieke verschillen wel erg groot, zoals de recente strafprocessen in Portugal en het referendum in Ierland illustreren.
 
Toch kunnen we in het Europees Parlement proberen deze impasse te doorbreken, door de beloften van de VN-conferenties op Europees niveau uit te werken en de lid-staten en de toetredingslanden te vragen op dit terrein expliciet beleid te voeren en daarover met elkaar in discussie te treden. Ook op andere beleidsterreinen blijkt het vergelijken van ‘best practices’ soms heel nuttig te zijn: het kan beleidsmakers in diverse landen er toe bewegen van elkaar te willen leren.
 
Het rapport van Anne van Lancker wordt op 26 of 27 maart a.s. in de EP-Commissie Rechten van de Vrouw besproken. De tekst komt op de website http://www.europarl.eu.int/committees/femm_home.htm 
Als lid van de commissie Rechten van de Vrouw zal ik wijzigingen of toevoegingen voorstellen. Mocht U ook commentaar of suggesties hebben, dan hoor ik die graag. Bij het envelopje bovenaan deze pagina vindt U mijn e-mail adres.

terug